De juiste manier om een bouwvergunning aan te plakken

Gewijzigd op 23/04/2012 door TiM Vanhove

Als je bouw- of verbouwplannen hebt, weet je het: een bouwvergunning moet je eerst aanvragen en als je ze gekregen hebt, moet je ze op je bouwperceel aanplakken om zo de buurt in te lichten. Maar op welke manier doe je dit nu precies? En met welke termijnen moet je rekening houden? Een woordje uitleg.

Ontdek deze bouwbedrijven

Stedenbouwkundige vergunning
stedenbouwkundige vergunning
© Stad Hasselt
verkavelingswijziging
© Habitos.be

We vertrekken van een concreet voorbeeld: De buurman heeft enkele maanden geleden een aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning ingediend voor het bouwen van een woning op het braakliggende perceel naast ons huis. Ondertussen heeft de gemeente deze aanvraag goedgekeurd en kreeg de buurman twee weken geleden zijn stedenbouwkundige vergunning. Maar die vergunning werd tot op vandaag nog niet aangeplakt op het perceel. Betekent dit nu dat de termijn voor het indienen van een eventueel beroep nog niet van start is gegaan? En wat zijn de mogelijke gevolgen of sancties bij niet-aanplakking?

De burgemeester beveelt

  • De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening heeft sinds 1 september 2009 het decreet ruimtelijke ordening en stedenbouw op sommige vlakken grondig gewijzigd. Eén van deze wijzigingen is de manier waarop de afgeleverde stedenbouwkundige vergunningen bekend gemaakt moeten worden.
  • Op bevel van de bevoegde burgemeester van de gemeente of stad die de stedenbouwkundige vergunning heeft verleend, wordt deze uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissing van het college van burgemeester en schepenen aangeplakt op de plaats waarop de vergunningsaanvraag betrekking heeft. De aanplakking moet gebeuren gedurende een periode van 30 dagen.
  • We verklaren de juiste gang van zaken aan de hand van vier veelgestelde vragen over de aanplakking van een stedenbouwkundige vergunning.

Hoe moet je een stedenbouwkundige vergunning aanplakken?

De aanplakking moet gebeuren op een plaats waar het betrokken goed paalt aan een openbare weg (en dus effectief aan de grens tussen het betrokken perceel en het openbaar domein en bijvoorbeeld niet op een bordje in het midden van het betrokken perceel zodat nauwelijks iemand dit kan zien).

  • Als het betrokken perceel paalt aan verschillende openbare wegen, dan dient de aanplakking te gebeuren aan elk van die openbare wegen.
  • Als het betrokken perceel niet paalt aan een openbare weg, dan dient deze aanplakking toch te gebeuren maar dan wel aan de dichtstbijzijnde gelegen openbare weg.

Bovendien moet deze beslissing van het college van burgemeester en schepenen over de stedenbouwkundige vergunningsaanvraag worden aangebracht op een schutting, op een muur of op een aan een paal bevestigd bord, op de grens tussen het betrokken terrein of de toegang tot dit terrein en de openbare weg en evenwijdig met de openbare weg, op ooghoogte en met de tekst gericht naar de openbare weg.
Gedurende de gehele aanplakkingstermijn dient deze beslissing goed zichtbaar en goed leesbaar gehouden te worden.

Binnen welke termijn moet je een bouwvergunning aanplakken?

Binnen een termijn van 10 dagen, te rekenen vanaf de datum van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen.

Wie controleert de (tijdige) aanplakking van bouwvergunningen?

  • De burgemeester moet erover waken dat er tijdig wordt aangeplakt. De technische dienst (bouwdienst) van de betrokken gemeente of stad kan best geregeld controleren of de aanplakking reglementair gebeurd is. Als zij vaststelt dat dit niet het geval is, dan kan zij dit best aan de verkrijger van de stedenbouwkundige vergunning per aangetekend schrijven laten weten.
  • De burgemeester of zijn gemachtigde (beambte) attesteert de aanplakking. Op eenvoudig verzoek levert het betrokken gemeentebestuur een gewaarmerkt afschrift van dit attest af aan elke belanghebbende.
  • De aanvrager krijgt een afschrift van de uitdrukkelijke beslissing of een kennisgeving van de stilzwijgende beslissing binnen een ordetermijn van 10 dagen per beveiligde zending. Een ordetermijn is een richtinggevende termijn waaraan echter geen sancties zijn verbonden.

Welk belang heb ik bij het op tijd aaplakken van de stedenbouwkundige vergunning?

De termijn voor derden (bijvoorbeeld de buurman, …) om beroep aan te tekenen tegen de vergunningsbeslissing begint te lopen de dag na deze van de aanplakking. Hoe langer de verkrijger van de stedenbouwkundige vergunning dus wacht om over te gaan tot aanplakking, hoe langer derden in beroep kunnen gaan tegen deze vergunningsbeslissing.

Het indienen van een beroep moet binnen 30 dagen gebeuren:

  • door de aanvrager zelf de dag na de betekening van het afschrift van de uitdrukkelijke beslissing of de kennisgeving van de stilzwijgende beslissing;
  • door de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar of adviserende instanties de dag na de betekening van het afschrift van de beslissing of de kennisgeving;
  • door elke andere belanghebbende (natuurlijk persoon, rechtspersoon of procesbekwame vereniging) de dag na deze van de aanplakking. Deze andere belanghebbende zal in principe ook aan zijn beroepschrift het attest van aanplakking dienen toe te voegen voor zover dit tenminste beschikbaar is.

Bovendien mogen de bouwwerken slechts aanvangen ten vroegste 35 dagen na de eerste dag van de aanplakking van de bekomen stedenbouwkundige vergunning en op voorwaarde dat de aanvrager binnen die termijn niet op de hoogte werd gebracht dat er een administratief beroep werd ingesteld.
Het indienen van een beroepschrift schorst immers onmiddellijk de uitvoering van de verleende stedenbouwkundige vergunning tot aan de betekening van de beroepsbeslissing aan de aanvrager.

Voorstellen tot wijziging

Ondanks het feit dat de bovenvermelde Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening nog maar sedert 1 september 2009 in werking is getreden, zijn er inmiddels toch al een aantal voorstellen ingediend om deze Codex op een aantal punten te wijzigen.
En één van deze ingediende voorstellen tot wijziging van deze Vlaamse Codex betreft nu net het aanplakken van de verkregen stedenbouwkundige vergunning.

  • Terwijl in de huidige regeling, zoals we hierboven al aanhaalden, het initiatief voor de aanplakking en het toezicht op de effectieve aanplakking bij de burgemeester wordt gelegd, worden deze bepalingen in de voorgestelde wijziging niet meer overgenomen. In deze voorgestelde wijziging is het de bedoeling om duidelijk vast te leggen dat de aanvrager van de stedenbouwkundige vergunning zelf voor deze aanplakking dient in te staan.
  • Maar gelet op het feit dat de dag van de aanplakking als uitgangspunt geldt voor de berekening van de termijn waarbinnen belanghebbende derden hun recht op administratief beroep tegen een vergunningsbeslissing kunnen uitoefenen en voor het bepalen van de aanvang van de uitvoerbaarheid van een stedenbouwkundige vergunning, is de bewijsvoering betreffende de aanplakking evenwel van groot belang.
  • De Raad van State zal hierover nog een advies geven.

Meer info: De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening

Meer informatie op de website van deze bedrijven