Hoe kent de fiscus de meerwaarde op uw huis?

Gewijzigd op 1/01/1900

Referentie BIK
Referentie BIK
© Groep Huyzentruyt
Referentie BIK
Referentie BIK
© Groep Huyzentruyt
Passiefhuis Zwalm
© Architect Christophe Debrabander

De fiscus maakt met succes jacht op huizenverkopers die de meerwaardebelasting 'vergeten' te betalen. Het is maar één voorbeeld van de vele manieren waarop de fiscus afzonderlijke puzzelstukjes samenlegt tot een bijzonder waardevol geheel.

 

Wie binnen de 5 jaar na de aankoop zijn huis weer verkoopt, moet volgens de wet belasting betalen op de meerwaarde, tenzij u de woning minstens een jaar als gezinswoning heeft gebruikt. Niet iedereen weet dat of ‘vergeet’ de meerwaarde te melden aan fiscus. In het verleden bleef dat vaak onbestraft, omdat de fiscus geen koppeling maakte tussen de verschillende gegevensbanken. Nu gebruikt hij echter steeds intensiever 'datamining', het bundelen van gegevensbanken.


Graven naar fiscale schatten

Met datamining zoekt men gericht naar statistische verbanden in grote verzamelingengegevens, een techniek die al een tijdje opgang maakt in de informatietechnologie. Datamining wordt gebruikt om bijvoorbeeld koopgedrag van consumenten of symptomen bij patiënten met elkaar te vergelijken, maar het moet om vergelijkbare en gelijkaardige gegevens gaan. Uit de vergelijking blijkt wie afwijkt van het normale gedrag. Datamining graaft in de gegevens als in een mijn. De fiscus wil op die manier verborgen schatten voor de schatkist opdelven.


85% van de controles met de computer

Voorwaarde is dat men over genoeg gegevens beschikt om te koppelen en te vergelijken. En dat kan de fiscus steeds meer en steeds vaker. In het geval van huizenverkopers koppelde de fiscus de gegevens van de betaalde registratierechten en btw voor de jaren 2007 tot 2009 systematisch aan de aangiftes in de personenbelasting. Zo kwam hij aan ruim 7.000 verdachte dossiers. Zo'n aanpak zal in de nabije toekomst meer resultaten opleveren. “Binnenkort kunnen we alle gegevens over mogelijke sociale, economische en fiscale fraude aan elkaar koppelen en zo voor die fraudediensten uit de koppeling en datamining 85 procent van alle controles halen”, weet Stefaan Huysentruyt, woordvoerder van federaal staatssecretaris voor fraudebestrijding, Carl Devlies.

Dat houdt ook in dat 85 procent van de inspecties centraal worden geselecteerd, maar uiteraard nog steeds lokaal worden uitgevoerd door de diensten. "Op die manier zou het dus gedaan zijn met de grote verschillen in controlefrequentie per streek. De lokale belastingcontroleur krijgt ook nog nauwelijks ruimte om zelf te kiezen wie hij eens grondig doorlicht. Datamining zal een grotere, objectieve gelijkheid tussen belastingsbetalers met zich meebrengen", aldus nog Huysentruyt.


Werklast van controleurs verschuift

Dit belastingsbeleid stuit wel nog op een paar hinderpalen. De computers kunnen voortaan lijsten van verdachte belastingbetalers of vermeende ontduikers spuien, die het gewicht van de inspecties verschuiven. Het is bekend dat bijvoorbeeld in sommige grootstedelijke zones de belastingdiensten zodanig onderbemand zijn, dat er bijzonder weinig controles kunnen worden uitgevoerd. Er zal dus een verschuiving van controleurs en inspecteurs nodig zijn om lokaal het werk uit te voeren dat de centrale computers zullen selecteren. “Er is in een budget van 7 miljoen euro voor de periode 2010-2012 voorzien om een werklastmeting uit te voeren”, meldt de woordvoerder. Het wordt echter geen sinecure om genoeg beweging te krijgen bij de ambtenaren zodat er voldoende mankracht komt waar die het meest nodig zal zijn voor de belastingcontrole en fraudebestrijding. Die bevoegdheidsdomeinen worden momenteel door verschillende kabinetten gerund, onder het toeziend oog van de minister van financiën.

 

Bron: De Tijd

Lees ook: Het Habitos.be-dossier over vastgoedprijzen