Waar brandt de lamp?

Gewijzigd op 28/06/2012 door Daan Slingers

Verlichting in de woning is al lang het stadium van één lichtpunt in het middelpunt van de kamer voorbij. Verlichting is een uitgekiend samenspel van verschillende verlichtingstypes. Om je hierin in wegwijs te maken, sloeg Habitos de handen in elkaar met Toon Verbruggen van verlichtingsproducent Delta Light. Hij zal ons op maandelijkse basis inwijden in de geheimen van een goede verlichting.
Stalamp
© Delta Light
LED
© Delta Light
Gloeilamp
© Delta Light
Compact Fluorescentielamp
© Delta Light
Gasontladingslamp
© Delta Light
Halogeenlamp
www.deltalight.be
© Delta Light
Mijn tante, die weet dat ik ‘iets in de verlichting doe’, wist me gisteren te vertellen dat ze een nieuwe lamp had gekocht. Een ‘staanlamp’ nog wel. Alhoewel ik best wel wist wat ze bedoelde, keek ik hogelijk verbaasd. Een lamp die kon staan? Bij mijn weten valt een lamp om, net als een ei, tenzij je het trucje van Columbus kent. Ah ja tante, een lamp steekt in een verlichtingstoestel. Je hebt dus een op zich zelf staand verlichtingstoestel gekocht, met een lamp in. Mijn tante keek me op haar beurt verbaasd aan, en sneerde een beetje nijdig dat ik haar best wel verstond.

Natuurlijk verstond ik haar, alhoewel je ‘staande lamp’ moet zeggen. Maar vaktechnisch rammelt het en dus wil ik aan het begin van deze stukjes toch afspreken dat wat je kant en klaar koopt in de winkel een verlichtingstoestel is (ook wel een verlichtingsarmatuur genoemd), met één of enkele lichtbronnen in. En die lichtbronnen zijn meestal lampen, maar het kunnen ook LED’s zijn, en LED’s zijn geen lampen. Zeg niet zomaar lamp tegen een lichtbron.

Soorten lichtbronnen

Waarschijnlijk - hopelijk toch - heeft je verlichtingstoestel bedrading voor de stroomtoevoer en een lamphouder of ‘fitting’ waar de lichtbron met zijn lampvoet(en) (socket’s) in verankerd wordt. Misschien heeft het toestel nog een of ander apparaat (zoals een transformator, een starter, of iets anders) dat de overgang regelt tussen de lichtbron en het elektriciteitsnet. Misschien zit er nog een reflector of spiegel in het toestel (maar die kan ook aan de lichtbron vast zitten) om het licht in een bepaalde richting te laten stralen, en een lichtfilter die het licht kan dempen of vervormen. Ziezo, daar brandt… de lichtbron.

Er zijn twee soorten lichtbronnen die tegenwoordig dagdagelijks gebruikt worden in verlichtingstoestellen: LED’s en Lampen.

Een LED ( Light Emitting Diode ) is een samenstelling van twee halfgeleiders die licht geeft als je er stroom doorjaagt. Een led is een blokje vaste stof (solid state). Men spreekt natuurlijk wel over Led-Lampjes, maar dat is niet juist. Tot zover de Led, waar we het in een volgend stukje uitgebreid over zullen hebben.

Wat is een lamp dan?

Een lamp daarentegen is een lichtbron in de vorm van een afgesloten glazen omhulsel of ballon rond een gas, met al dan niet een gloeidraad daarbij.

Afhankelijk van wat er binnen in een lamp gebeurt heb je twee hoofdcategorieën lampen:
Gloeilampen en Gasontladingslampen.

Gloeilampen zijn glazen ballonnetjes met een gloeidraad, en wanneer daar spanning door loopt wordt deze draad heet en gaat licht uitstralen. Aangezien de glazen ballon verondersteld wordt luchtledig te zijn, zou die gloeidraad niet mogen verbranden, want geen vuur zonder zuurstof. Toch wordt hij langzaam aan dunner: hij verdampt, tot er een plekje zo dun wordt dat de draad gebroken wordt, en de stroom dus ook. Lamp uit.

Halogeenlampen zijn ook gloeilampen, maar met een ander gasmengsel. De gloeilamp was luchtledig, met eventueel een niet-reactief gas erbij. Bij de halogeenlamp voegt men daar nog een halogeengas aan toe. Dit verbindt zich met de verdampte gloeidraaddeeltjes en vindt zijn weg terug naar de zwakke plekken, waar de gloeilampdeeltjes weer afsplitsen en de zwakke plek herverstevigen. Vraag me niet hoe ze die weg terug vinden, ze zullen wel GPS hebben zeker?

Ik zal hier volgende keer op terug komen, maar gloeilampen en dus ook halogeenlampen hebben ondanks hun warme kleur en goede kleurweergave een zeer korte levensduur en zijn niet erg efficiënt. Slechts 10% van wat je gloeilampen verbruiken, wordt omgezet in licht. De rest is, zeker in de zomer, nutteloze warmte. Had iemand dat nog nodig? Nochtans gebruiken we thuis bijna niets anders.

Vanwege die nadelen heeft men waarschijnlijk de gasontladingslampen uitgevonden, en dat gebeurde al in de jaren 30 van de vorige eeuw.
In gasontladingslampen is het niet een gloeidraad, maar een gas(mengsel) dat oplicht onder invloed van een elektrische stroom. Afhankelijk van de druk van het vulgas spreekt men over ‘hogedrukgasontladingslampen’ of ‘lagedrukgasontladingslampen’.

De ‘fluorescentielamp’, of TL-, of buis-, of compact-, of spaarlamp, kortom die witte dingen: dat zijn lampen met lage-druk-gasontlading. De oudere modellen ‘pinkelen’ als je ze aansteekt en ‘pinkelen’ als ze bijna hun kaars uitblazen. Ze zijn slecht befaamd als kantoorverlichting, of als gemeen wit licht waar je schele hoofdpijn van krijgt. Ze worden wel eens ‘neon-lampen’ genoemd, maar dat is verkeerd. Neonlampen van lichtreclames zijn doorlopende glasbuizen. In ieder geval is de huidige elektronische spaarlamp niet meer te vergelijken met de vroegere. Mits een mooi verlichtingstoestel er rond, moet deze lamp de absolute kampioen worden om het thuis op een ecologische manier gezellig te maken. Ze is 4 à 5 maal zo zuinig als een gloeilamp.

Lampen die bij het aansteken al stuk lijken, omdat er een raar groen licht uitkomt, dat dan begint aan te zwellen en je doet vluchten omdat je vreest dat ze straks kapot springen: dat zijn hogedrukgasontladingslampen. In de lamp zit een mengsel van gassen die een voor een ‘aansteken’ en pas bij menging een redelijk wit licht geven. Het zijn de types lampen die gebruikt worden in grote winkels, omdat ze 5 maal zo zuinig zijn dan gloeilampen en omdat je ze van een reflector kan voorzien zodat je het licht heel precies naar een bepaalde plek kan sturen. Als je ze uitdoet, dan dienen ze af te koelen, alvorens je ze weer aan kan steken. En dan duurt het natuurlijk weer een tijdje … Om een lamp koud te laten starten, duurt het een minuutje of 5, om ze te laten afkoelen toch wel 10-15 minuten.

Zo stond ik eens in een winkeltje met een interimbediende, en de zekering sprong, waardoor het licht uitviel.
De bediende haastte zich naar de zekeringkast. Ze zette de zekering terug op actief, maar niets werkte, behalve halogeenlampjes boven de toog. Ze sloeg haar handen voor de mond en riep : “Alle lampen zijn kapot!”.
Ik heb nog nooit een minachtender blik ontvangen toen ik haar trachtte uit te leggen dat dat absoluut het geval niet was, en dat ze gewoon moest wachten.

Auteur: Toon Verbruggen – Delta Light - 2007