Wie mag bouwmisdrijven opsporen en vaststellen?

Gewijzigd op 24/04/2012 door Kelly Cuypers

Referentiewoning Arkana
© Arkana
Eenlagige gevel
Eenlagige gevel
© Xella
Koramic - referentiewoning
© Koramic kleidakpannen

Heel wat mensen hebben een verkeerd beeld over wie een bouwovertreding mag vast stellen. Er zijn heel wat meer bevoegden dan louter de politieagent en de stedenbouwkundige ambtenaar.


De personen die bevoegd zijn om bouwmisdrijven op te sporen en vast te stellen worden opgesomd in artikel 148, eerste lid van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening en latere wijzigingen.
Naast de gewone politiediensten, die over een algemene opsporingsbevoegdheid beschikken, maakt het bovenvermelde decreet ook nog een aantal ambtenaren specifiek bevoegd - of biedt de mogelijkheid daartoe - om bouwinbreuken vast te stellen.

1. Agenten en officieren van gerechtelijke politie
Anders dan in het zogenaamde coördinatiedecreet van 22 oktober 1996, zijn overeenkomstig artikel 148, eerste lid van het bovenvermelde decreet ook agenten van de gerechtelijke politie uitdrukkelijk bevoegd om inbreuken op de regelgeving inzake ruimtelijke ordening op te sporen en vast te stellen.

2. De gewestelijk stedenbouwkundige inspecteurs
De gewestelijk stedenbouwkundige inspecteurs putten hun bevoegdheid om bouwmisdrijven op te sporen en vast te stellen rechtstreeks uit het bovenvermelde decreet. Artikel 148, vierde lid van dit decreet bepaalt bovendien dat de gewestelijk stedenbouwkundige inspecteurs, met het oog op het vervullen van hun handhavingstaken, de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie verwerven. Deze hoedanigheid laat toe aan de gewestelijk stedenbouwkundige inspecteurs om - in geval van een betrapping op heterdaad - een huiszoeking uit te voeren zonder dat zij in een dergelijk geval dienen te beschikken over een huiszoekingsbevel van de onderzoeksrechter.
De gewestelijk stedenbouwkundige inspecteurs werden aangesteld bij Besluiten van de Vlaamse Minister bevoegd voor Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening van 19 mei 2005. Deze Besluiten werden in het Belgisch Staatsblad van 7 juni 2005 gepubliceerd.
De gewestelijk stedenbouwkundige inspecteurs werden om technische redenen aangesteld met een apart besluit per gebiedsomschrijving (namelijk 2 voor het volledige grondgebied van Vlaanderen en telkens 2 per provincie).

3. De door de gouverneur aangeduide ambtenaren van de provincie en van de gemeenten in zijn provincie
Ook ambtenaren van gemeenten en provincies kunnen belast worden met de bevoegdheid om bouwinbreuken vast te stellen en op te sporen. Overeenkomstig het bovenvermelde artikel 148 moeten zij hiertoe wel aangeduid worden door de gouverneur van de betreffende provincie.
Artikel 69, eerste lid van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996 voorzag in een gelijkaardige regeling. Aangezien dit artikel echter nadien werd opgeheven, is het wenselijk dat de aanstelling door de gouverneur van de ambtenaren van gemeenten en provincies – om hen bevoegd te maken om bouwmisdrijven op te sporen en vast te stellen - wordt hernieuwd met verwijzing naar het artikel 148, eerste lid van het decreet van 18 mei 1999.

4. De andere door de Vlaamse Regering aangeduide ambtenaren
Behalve de agenten en de officieren van de gerechtelijke politie en de gewestelijk stedenbouwkundige inspecteurs biedt artikel 148 de Vlaamse Regering de mogelijkheid om nog andere ambtenaren bevoegd te maken om bouwinbreuken op te sporen en vast te stellen.
De Vlaamse Regering heeft hiervan gebruik gemaakt en meer bepaald in het Besluit van de Vlaamse Regering van 28 april 2000 houdende de aanwijzing van de ambtenaren die bevoegd zijn om misdrijven op het vlak van de ruimtelijke ordening en de stedenbouw op te sporen en vast te stellen. Dit Besluit werd op 13 mei 2000 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.
Overeenkomstig artikel 1 van dit Besluit van 28 april 2000 zijn alle ambtenaren van de niveaus A, B, C en D, die belast zijn met taken van ruimtelijke ordening, van de administratie Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumenten en Landschappen (AROHM) bevoegd om de misdrijven omschreven in Titel V van het decreet ruimtelijke ordening op te sporen en vast te stellen.

Bevoegdheden
De toevoeging "belast met taken van ruimtelijke ordening" is hierbij niet zonder belang. De ogenschijnlijk vrij algemene en ruime bevoegdheidsaanduiding van dit Besluit wordt toch enigszins beperkt. Concreet betekent dit dat enkel de ambtenaren die behoren tot de afdelingen Bouwinspectie, Stedenbouwkundige Vergunningen, Ruimtelijke Planning te Brussel en de ambtenaren die tewerkgesteld zijn in de provinciale ROHM-afdelingen die actief zijn binnen de sector ruimtelijke ordening, bevoegd werden gemaakt om bouwmisdrijven op te sporen en vast te stellen.
Voorts werd aan de directeur-generaal van AROHM de bevoegdheid gegeven om het geografisch werkterrein van de ambtenaren van AROHM met het oog op het opsporen en vaststellen van bouwmisdrijven nader te omschrijven. Behoudens zeer specifieke uitzonderingen werd hiervan evenwel geen gebruik gemaakt, zodat de bedoelde ambtenaren van AROHM met standplaats te Brussel hun bevoegdheden uitoefenen op het volledige grondgebied van het Vlaamse Gewest en de bedoelde ambtenaren van de provinciale ROHM-afdelingen op het grondgebied van de provincie waar ze hun standplaats hebben.

Het bovenvermelde Besluit van 28 april 2000 houdende de aanwijzing van de ambtenaren die bevoegd zijn om misdrijven op het vlak van de ruimtelijke ordening en de stedenbouw op te sporen en vast te stellen is in werking getreden op 1 mei 2000. Het Besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 1996, waarbij sommige ambtenaren bevoegd werden verklaard om de misdrijven op het gebied van de ruimtelijke ordening en de stedenbouw op te sporen en vast te stellen, werd opgeheven.

Huiszoeking
Deze bevoegde personen hebben toegang tot de bouwplaats en de gebouwen om alle vereiste vaststellingen te doen. Wanneer deze verrichtingen echter de kenmerken van een huiszoeking vertonen, is een machtiging vereist van de bevoegde rechter.
Het opsporen van  bouwmisdrijven gebeurt onder meer naar aanleiding van een klacht, ofwel naar aanleiding van het toezicht op de naleving van de afgeleverde stedenbouwkundige vergunningen.

Ontdek deze bouwbedrijven

Meer informatie op de website van deze bedrijven