Termijn bouwvergunning schuift mee met de bouwfase

Gewijzigd op 24/04/2012 door Kelly Cuypers

Bouwers die hun project in fases willen realiseren, kunnen dat voortaan ook zo laten opnemen in hun stedenbouwkundige vergunning. Dat heeft als voordeel dat de termijn waarbinnen de vergunde werken uitgevoerd moeten worden, mee opschuift met de start van een nieuwe bouwfase. Deze maatregel werd genomen in de nieuwe Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

Ontdek deze bouwbedrijven

Referentiewoning Debacker Houtbouw
Referentiewoning Debacker Houtbouw
© DeBacker
Arkana
© Arkana
Stessens
© Stessens
Kijkwoning Dewaele in Voorde
Kijkwoning Dewaele in Voorde
© Dewaele Bouwbedrijven

Bouwers die hun project in fases willen realiseren, kunnen dat voortaan ook zo laten opnemen in hun stedenbouwkundige vergunning. Dat heeft als voordeel dat de termijn waarbinnen de vergunde werken uitgevoerd moeten worden, mee opschuift met de start van een nieuwe bouwfase. Deze maatregel werd genomen in de nieuwe Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

Nieuwe tendens bij bouwers

De nieuwe Vlaamse Codex inzake de Ruimtelijke Ordening houdt rekening met nieuwe tendensen bij bouwers. Zo is de Codex, die op 1 september 2009 in werking trad, ingesteld op de groeiende trend om een bouwproject in verschillende fasen uit te voeren.

Deze verschillende fasen van een bouw- of verkavelingsproject kunnen dan ook afzonderlijk vermeld worden in de stedenbouwkundige vergunning, met voor elke fase de bijhorende startdatum van de werken. Die mogelijkheid laat bouwers toe om hun werken over een langere periode te spreiden, omdat het tijdstip waarop de werken aangevangen moeten worden, per fase mee opschuift.

Bouwfase

Die termijnen zijn ook vastgesteld in de Codex. Zo moeten de werken van start gaan binnen de twee jaar nadat je de bouwvergunning hebt verkregen, en moeten de vergunde gebouwen winddicht gemaakt zijn binnen de drie jaar na de start van de werken. Indien hieraan niet wordt voldaan, zal de stedenbouwkundige vergunning voor onbepaalde duur vervallen. Hetzelfde geldt voor werken die gedurende meer dan twee jaar worden onderbroken.

Deze termijnen van twee of drie jaar worden geschorst zolang er nog een beroep tot vernietiging (annulatieberoep) van de stedenbouwkundige vergunning lopende is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen. Voorheen werden de vervaltermijnen geschorst als er een procedure tot vernietiging liep bij de Raad van State.

Als in de vergunning geen melding wordt gemaakt van de verschillende fasen, dient de bekomen stedenbouwkundige vergunning als één ondeelbaar geheel te worden beschouwd.

Start bouwwerken

De vereiste dat je binnen de twee jaar van start moet gaan met de uitvoering van de definitief verkregen stedenbouwkundige vergunning, duidt op een reële aanvang van de bouwwerken. Louter symbolische handelingen zoals het plaatsen van een werfkeet op de bouwplaats of het plaatsen van een afsluiting zijn zeker niet voldoende. Ook het uitgraven van enkele vierkante meters om er later een (kruip)kelder van te maken, of het optrekken van een muurtje van enkele stenen is onvoldoende.

Het gaat hier alleszins om een feitenkwestie die best geval per geval beoordeeld dient te worden. In geval van blijvende betwisting zal de beslechting ervan voorgelegd moeten worden aan de rechter.

Verval vergunning

Het verval van de stedenbouwkundige vergunning voor onbepaalde duur geldt alleen voor het niet afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte wordt aangezien als afgewerkt indien het, mogelijk na de sloop van de niet afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten. Als het verval van de stedenbouwkundige vergunning wordt vastgesteld, kan de bevoegde ambtenaar van de betrokken gemeente of stad een proces-verbaal van verval van een (gedeelte van de) stedenbouwkundige vergunning opgesteld worden. Dit (gedeeltelijke) verval van een stedenbouwkundige vergunning zal ook opgenomen en vermeld worden in het gemeentelijk vergunningenregister.

Als het verval van een (gedeelte van de) stedenbouwkundige vergunning officieel werd vastgesteld, kan de vergunninghouder de verdere uitvoering van de geplande bouwwerken niet voortzetten. Indien hij dat toch zou doen, begaat hij een bouwinbreuk waartegen opgetreden kan worden door de bevoegde gemeentelijke ambtenaar, de politie of de gewestelijk stedenbouwkundig inspecteur van de Vlaamse overheid.

Verlenging vergunning

Bij de bouwvergunningen die dateerden van voor 1 mei 1999 moest men al binnen het jaar na de afgifte van de bouwvergunning met de werken beginnen, om te voorkomen dat de vergunning zou vervallen. Toen bestond als vergunninghouder wel nog de mogelijkheid om aan het betrokken College van Burgemeester en Schepenen te verzoeken om deze termijn te verlengen met één jaar. Deze mogelijkheid om een verlenging aan te vragen bestaat tegenwoordig niet meer.


Meer info: Decreet Ruimtelijke Ordening Vlaanderen, Vlaamse Codex inzake de Ruimtelijke Ordening

Meer informatie op de website van deze bedrijven