Na-isoleren van spantendaken

Gewijzigd op 16/10/2013 door Daan Slingers

Isolatiespecialist Jonas Eykens van Isoproc had het in zijn vorige bijdrage over de na-isolatie van het keper-gordingen-dak. Ditmaal bespreekt hij de na-isolatie van spantendaken.

Onze isolatiespecialisten

Spantendak
De structuur van een spantendak.
© Centrum Duurzaam Bouwen
Spanten zijn in België een veel gebruikte dakstructuur. Het gaat om een vrij recente bouwwijze. Hierdoor zijn ze meestal al voorzien van een onderdak (opgelet voor dampremmende onderdaken, die tot vochtophoping in de dakisolatie kunnen leiden) en een zekere vorm van isolatie.

De grote moeilijkheid bij het isoleren van een spantenstructuur is de aanwezigheid van de horizontale strekkers en de rechtopstaande steunen. Hierdoor is het veel moeilijker de luchtdichting het dakvlak te laten volgen.

Lees ook: Opbouw van een hellend dak

Aanwezige isolatie

Dikwijls zal er al isolatie in het dakvlak zijn geplaatst. In vele gevallen zal deze isolatie bijkomende isolatiewerken moeilijker maken in plaats van een hulp te zijn. Met volgende situatie wordt men dikwijls geconfronteerd:
  1. De isolatie is onzorgvuldig geplaatst en sluit niet goed aan tegen het onderdak en/of de spantbenen
  2. Er is gebruik gemaakt van flensdeken met een aluminium dampscherm. Dikwijls is dit dampscherm zeer slecht geplaatst met vele luchtlekken
  3. Er is al een ander type dampscherm geplaatst (platiekfolie), maar dit is verduurd, broos en niet volledig luchtdicht
  4. Er zijn geëxpandeerd polystyreenplaten (EPS / ISOMO) tussen de spanten aanwezig. Veelal sluiten deze  slecht aan tegen het onderdak en de spanten. Ze hebben ook een zeer beperkte dikte
Situatie 1 en 4 kunnen leiden tot luchtconvectie tussen het onderdak, de spanten en de isolatie. Dit moet je vermijden, omdat zo de goede werking van de isolatie te niet wordt gedaan.

Situatie 2, 3 en 4 kunnen leiden tot inwendige condensatieproblemen. Dit treedt op wanneer de bijkomende isolatielaag te dik is in verhouding tot de reeds aanwezige isolatie. Zeker wanneer de reeds aanwezige isolatie slecht  is geplaatst, komt men vrij snel in deze situatie. We raden daarom aan om bij twijfel deze isolatie en het dampscherm te verwijderen
Een met flensdekens 'geïsoleerde' dakstructuur
Een met flensdekens 'geïsoleerde' dakstructuur. De isolatie is slecht tussen de spanten geplaatst en het dampscherm vertoont zeer veel luchtlekken. Bovendien is de aluminium cachering dampdicht zodat je slechts beperkt isolatie kunt bijplaatsen zonder condensatieproblemen te veroorzaken.
© Meer over EPB

Trekkers en verticale steunen

De trekkers en verticale steunen bij een spantendak vormen altijd een probleem wanneer men tussen de houten structuur wil isoleren. Men heeft 2 mogelijkheden voor het plaatsen van de isolatie:
  • Men volgt met de isolatie de dakvlakken. Het voordeel is dat de isolatie overal aansluit tegen zowel de luchtdichting aan de binnenzijde als tegen het onderdak aan de buitenzijde. Het nadeel komt voort uit de zeer vele doorboringen van het luchtscherm waardoor het plaatsen van het luchtscherm arbeidsintensief en duur wordt. Zeker wanneer de balken barsten vertonen, is het vrijwel onmogelijk een doorlopend luchtdicht scherm te plaatsen.
  • Men volgt de binnenzijde van de spanten met bovenaan de horizontale trekkers en onderaan de verticale steunen.
Bij de bovenste driehoek zal de isolatie dan niet volledig aansluiten tegen het onderdak. Wanneer de hoogte van de driehoek beperkt is, en men inblaasisolatie gebruikt, kan men de driehoek soms wel volledig met isolatie vullen.

Bij de driehoeken bij de dakvoeten is situatie complexer. Er dient dan deels op de zoldervloer geïsoleerd te worden. Wanneer men met een betonnen vloer met luchtdichte druklaag zit, is het plaatselijk niet nodig een damprem te plaatsen.

Om de verticale steunen te isoleren brengt men best een dampopen onderdakfolie of -plaat (afhankelijk van de gebruikte isolatie) tegen de buitenzijde van deze steunbalken aan.
verticale steunen
Let op de vele doorboringen van de verticale steunen.
© Boomer

Principes van een gordingen-spantendak

Voorts gelden dezelfde principes als bij een gordingen-spantendak:

De aanwezigheid van een onderdak is belangrijk. Een stijf onderdak (bijvoorbeeld houtvezelplaten) heeft een aantal voordelen ten opzichte van onderdakfolies. Een onderdak is best winddicht. Eventueel moeten naden worden gedicht. Bij dampremmende onderdaken aan de koude zijde van de isolatie (buitenkant) gebruikt men best een vochtgestuurde damprem aan de warme zijde van de isolatie (binnenkant).

Spantbenen zijn dikwijls slechts 18cm hoog. Het beste dik je bijvoorbeeld 1 op de 2 spanten naar onder toe uit. Het gebruik van inblaasisolatie is hierbij het meest voordelig.

Eerder verwijderde isolatie kun je recupereren (bijvoorbeeld in de leidingenspouw).

Bij spantendaken met goed geplaatste isolatie (dampopen onderdak aan de koude zijde van de isolatie (buitenzijde), een luchtdichte laag aan de warme zijde van de isolatie (binnenzijde) en een goed vullende isolatie) kun je aan de binnenkant van de isolatie een geïsoleerde leidingenspouw voorzien om het dak bijkomend te isoleren. De R-waarde van de nieuw te plaatsen isolatie mag dan niet meer dan ± ½ van de R-waarde van de reeds bestaande isolatie bedragen. Dat is om bouwschade te vermijden.
Auteur: Jonas Eykens – Isolatiespecialist Isoproc en Isoproc Innoviso – oktober 2013 
 
Identikit isolatiespecialist Jonas Eykens
Jonas Eykens

Jonas Eykens is als technisch adviseur verbonden aan Isoproc. Hij werkt vanuit die functie mee aan Isoproc Innoviso, een expertisecentrum dat de markt wil senisbiliseren en de goede bouwpraktijk volgens de duurzame logica wil stimuleren.

Lees de teksten van de isolatiespecialist.

 Website

Folders over isoleren

Meer informatie op de website van deze bedrijven