Na-isolatie van het keper-gordingen-dak

Gewijzigd op 14/08/2013 door Daan Slingers

Bij veel woningen kun je de verwarmingsvraag terugdringen door het hellend dak bijkomend te isoleren. In België zijn er 2 veelvoorkomende daktypes, elk met hun specifieke renovatiemogelijkheden: het keper-gordingen-dak (oudere huizen) en het spantendak (huizen van de afgelopen decennia). In dit deel richten we ons op de keper-gordingendaken, waarbij er isolatie tussen en/of onder de bestaande houten draagstructuur wordt geplaatst.

Onze isolatiespecialisten

keper-gordingendak
Een typisch keper-gordingendak zonder onderdak.
© Low Energy Housing Retrofit

Verschil tussen daktypes

De keper-gordingen-daken zijn dikwijls nog helemaal niet van isolatie en een onderdak voorzien. Terwijl de spantendaken wel al over een onderdak en een dunne isolatielaag beschikken.

Lees ook: Opbouw van een hellend dak

Het isolatiemateriaal

Als isolatie bij een keper-gordingen-dak kies je best voor soepele materialen. Deze laten zich beter plaatsen tussen de houten structuur en dragen bij tot het akoestische comfort.

Harde kunststofplaten worden afgeraden, omdat een kierloze plaatsing moeilijk is en de platen op akoestisch vlak ondermaats scoren.

Inblaasisolatie is het eenvoudigste kierloos te plaatsen, maar heeft als nadeel dat het onderdak aan bepaalde eisen moet voldoen. Zeker bij uitgedikte daken met een onregelmatige, houten structuur wordt er aangeraden inblaasisolatie te gebruiken.

Lees ook: Isolatiematerialen
Spantendak
Een typisch spantendak met onderdak.
© ReGent

Het onderdak

Veel oude daken hebben geen onderdak. Nochtans is een onderdak belangrijk om de isolatie tegen luchtverplaatsingen en occasionele bevochtiging te beschermen. Bij oude daken, die wel van een onderdak hebben, is het onderdak dikwijls niet dampopen en dient men op te passen voor schade door vochtcondensatie. In beide gevallen is het best de dakbedekking weg te halen om een degelijk onderdak te plaatsen.

Geen onderdak

Indien er geen onderdak aanwezig is - en het niet mogelijk is langs buiten een onderdak te plaatsen - opteer je best voor een ersatz-onderdak. Hierbij wordt een dampopen onderdakfolie tussen de kepers geplaatst, zodanig dat de isolatie wordt beschermd tegen wind en occasionele bevochtiging.

Onderaan het dak moet je er voor zorgen dat het water naar buiten wordt afgevoerd. Omdat het dak niet over tegenlasten beschikt, moet je dan vermijden dat het onderdak tot tegen de panlatten drukt. Breng daarom tussen elke 2 kepers een zwevende tengellat aan.

Ondanks dat een ersatz-onderdak beter is dan geen onderdak, is het wel slechts een tijdelijke oplossing.

Wel een onderdak

Wanneer het dak voorzien is van een onderdak, maar je niet zeker weet of dit onderdak voldoende dampopen is (bijvoorbeeld een microgeperforeerde kunststoffolie kun je  werken met een vochtgestuurde damprem, die uitdroging van het dak naar binnen toelaat. Je dient dan wel bijkomende principes in acht te nemen zoals: een zeer goede uitvoering, een controle van de luchtdichting en het gebruik van een dampopen binnenafwerking.

Bij het gebruik van inblaasisolatie is gewone onderdakfolie als onderdak onvoldoende. Gebruik een onderdakplaat of een tegen scheuren gewapende onderdakfolie.
Ersatz-onderdak
Dak met Ersatz-onderdak.
© WTCB
T-profielen
Kepers uitgedikt met houten T-profielen. Het gebruik van houten T-profileen laat toe de onderzijde van het dakvlak recht te maken.
© Habitos.be

Uitdikken van de dakstructuur

In België is de dikte van de dakkepers slechts 6 à 7cm. Dit is onvoldoende om enkel tussen de kepers isolatie aan te brengen. Daarom worden keper-gordingendaken meestal uitgedikt om meer isolatieruimte te creëren. De eenvoudigste manier om daken uit te dikken is het aanbrengen van latten of houten T-elementen tegen de bestaande kepers. Naast het creëren van extra isolatieruimte kan men op deze manier de onderzijde van het dak terug uitrechten, wanneer dit doorhangt. Dikwijls dikt met het dak uit tot de onderzijde van de gordingen, zodat men de binnenafwerking kan laten doorlopen onder de gordingen.

Sommige isolatiefabrikanten brengen ook volledige systemen op de markt, waarmee het eenvoudig lijkt een dak naar de onderzijde uit te dikken met behulp van metalen profielen. Bij de toepassing van dit systeem bevindt er zich evenwel een luchtlaag tussen isolatie en luchtdichting, zodat dit systeem vermeden dient te worden.

Plaatsen van de isolatie

Indien er matvormige isolatie gebruikt wordt, kan deze geplaatst worden na het uitdikken van de dakstructuur waarna de damprem wordt geplaatst. Wanneer je opteert voor inblaasisolatie, dien je eerst een gewapende damprem te plaatsen. In beide gevallen is het belangrijk dat de isolatie zowel tegen het onderdak als het damprem aansluit. Dit is om luchtconvectie te vermijden.

Elektriciteitsleidingen en dergelijke laat je best onder de damprem doorlopen om luchtlekken te vermijden.
Damprem
Controle van de luchtdichtheid na plaatsing van een damprem.
© Isoproc

Akoestisch comfort

Wanneer de ruimtes onder het dak als woonruimte fungeren, moet je naast het thermisch comfort ook rekening houden met de akoestiek. Enkele richtlijnen:
  • Pas het principe van massa-veer-massa zo vaak mogelijk toe. De massa’s worden dan gevormd door de dakbedekking of het onderdak en de binnenafwerking. Om de veerwerking te optimaliseren kunnen volgende zaken worden toegepast:
    • Gebruik absorberend isolatiemateriaal (cellulose- of minerale isolatie). De densiteit van dit isolatiemateriaal heeft weinig belang om het akoestisch comfort te verbeteren. Het gebruik van harde kunststofplaten is omwille van akoestische redenen oninteressant
    • Vermijd starre verbindingen tussen binnenafwerking en dakstructuur. Gebruik daarom bij voorkeur metalen veerprofielen in plaats van houten latten om de binnenafwerking te bevestigen. Nog beter is het om deze structuur volledig te ontkoppelen van de dakstructuur
    • Zorg voor een zware binnenafwerking. Gipsvezelplaten scoren beter dan gipskartonplaten, een dubbele laag platen scoort beter dan een enkele laag platen
    • Bij beperkte isolatiediktes (≤15cm) is het interessant om met een zwaar onderdak te werken (houtvezel, vezelcementplaat). Bij grotere isolatiediktes vervalt dit voordeel
  • Geluid kiest steeds de gemakkelijkste weg. Isoleer daarom ook akoestisch de andere materialen zoals bijvoorbeeld het schrijnwerk
  • Het gebruik van sandwichpanelen (sarkingdak) met lage massa kunnen tot akoestisch problemen leiden.
  • Van weinig belang is het type dakbedekking (pannen, leien)
Auteur: Jonas Eykens – Isolatiespecialist Isoproc en Isoproc Innoviso – mei 2013 
 
Identikit isolatiespecialist Jonas Eykens
Jonas Eykens

Jonas Eykens is als technisch adviseur verbonden aan Isoproc. Hij werkt vanuit die functie mee aan Isoproc Innoviso, een expertisecentrum dat de markt wil senisbiliseren en de goede bouwpraktijk volgens de duurzame logica wil stimuleren.

Lees de teksten van de isolatiespecialist.

 Website

Folders over isoleren

Meer informatie op de website van deze bedrijven