Mag mijn buurman een toegang voor zijn zaak voorzien via onze privéweg?

Gewijzigd op 23/04/2012 door TiM Vanhove

Stessens
© Stessens
Massief houtbouw
Een massieve houtbouw.
© Ipso Facto
Lage energie woning in houtskelet
Lage energie woning in houtskelet
© Arkana
Belim Bouwteam
© Belim Bouwteam
De Backer nieuw wandsysteem
De Backer nieuw wandsysteem
© DeBacker

Dagelijks ontvangen we in onze rubriek vraag & antwoord dilemma’s over stedenbouwkundige aspecten. Onze specialist bekijkt deze week hoe en wanneer je gebruik kan maken van een privéweg.


De vraag: Buurman X diende een aanvraag in tot het bekomen van een stedenbouwkundige vergunning voor de oprichting van een handelszaak. Na het georganiseerde openbaar onderzoek blijkt plots dat de op het bouwplan voorziene toegang naar deze nieuwe handelszaak gewijzigd is en over onze privéweg zou moeten verlopen. Het Agentschap Wegen en Verkeer heeft immers in zijn advies gesteld dat de geplande inrit tekort aan een kruispunt is gelegen. Wij gaan hier niet mee akkoord. Wat kunnen wij hiertegen doen?


Als het betrokken perceel, waarop de aanvraag tot het bekomen van een stedenbouwkundige vergunning betrekking heeft, gelegen is langs een gewestweg -de zogenaamde N-wegen-, dan dient er een verplicht advies gevraagd te worden aan de wegbeheerder – in dit geval de afdeling Wegen en Verkeer van het Agentschap Wegen en Verkeer.

De wegbheerder moet zijn advies uitbrengen binnen een vervaltermijn van dertig dagen, ingaand de dag na deze van de ontvangst van de adviesvraag. Indien deze termijn wordt overschreden, dan kan aan de adviesvereiste worden voorbijgegaan.

De wegbeheerder moet in zijn advies rekening houden met de aspecten van de verkeersveiligheid en dit in het bijzonder voor de in- en uitrit van het betrokken perceel en het aantal parkeerplaatsen. De wegbeheerder moet er immers voor zorgen dat het verkeer op de gewest- en autosnelwegen vlot en veilig kan verlopen.


Voorwaarden

Zo zal men normalerwijze voor particuliere woningen maar één toegang toestaan die zowel als in- en uitrit dient gebruikt te worden. Deze toegang mag meestal een breedte hebben van maximum 4 meter. Voor handelszaken wordt soms ook één inrit en één uitrit voorzien. Ook de breedte van de in- en de uitrit kan hier groter zijn.

Verder zal AWW meestal ook als voorwaarde in het advies opnemen dat het betrokken perceel voor het overige aan de straatzijde moet afgewerkt worden met een haag of met een (draad)afsluiting. Op die manier wordt het perceel op die plaatsen onoverrijdbaar afgesloten en komt zo de verkeersveiligheid ook ten goede.


Nieuwbouw vs verbouwing

Bij nieuwbouw zal in het advies als bindende voorwaarde vaak worden opgenomen dat uiterlijk bij de ingebruikname van de vergunde constructie de eigendomsgrens grenzend aan de gewestweg onoverrijdbaar dient afgesloten te worden over de volledige breedte van het perceel minus de eventueel stedenbouwkundig vergunde in-/uitrit(ten).
Bij verbouwing zal als voorwaarde bepaald worden dat uiterlijk 2 jaar na het afleveren van het advies de eigendomsgrens grenzend aan de gewestweg onoverrijdbaar dient afgesloten te worden over de volledige breedte van het perceel minus de eventueel stedenbouwkundig vergunde in-/uitrit(ten).

Bij hoekpercelen, die op de hoek van een gewestweg en een gemeenteweg zijn gelegen, zal vaak als voorwaarde door de gewestwegbeheerder opgelegd worden dat er toegang via een aanpalende gemeenteweg moet gebeuren en dat in- en uitrijden via de voorliggende gewestweg niet toegelaten is.

De vergunningverlenende overheid (het college van burgemeester en schepenen van de gemeente waar het perceel gelegen is) zal dan in haar vergunningsbesluit deze voorwaarde van AWV opnemen.


Wat kan je nu ondernemen?

Tegen deze uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissing van het college van burgemeester en schepenen omtrent de vergunningsaanvraag kan een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de bestendige deputatie van de provincie waarin de gemeente is gelegen.
Dit beroep moet ingesteld worden binnen een termijn van dertig dagen. Deze termijn van dertig dagen gaat in de dag van deze van de aanplakking.
Het beroepschrift moet, weeral op straffe van onontvankelijkheid, per aangetekende brief ingediend worden bij de deputatie.
De indiener van het beroep zal ook gelijktijdig en per aangetekende brief een afschrift van dit beroepschrift aan de aanvrager van de vergunning moeten sturen en aan het college van burgemeester en schepenen.



Het verdere verloop van deze procedure kan je nalezen in het antwoord op vraag 1360
 

Ontdek deze bouwbedrijven

Meer informatie op de website van deze bedrijven