Hoe verloopt een openbaar onderzoek?

Gewijzigd op 24/04/2012 door Kelly Cuypers

Referentiewoning Arkana
Referentiewoning Arkana
© Arkana
referentie01
www.stessens.be
© Stessens
Referentiewoning Debacker Houtbouw
Referentiewoning Debacker Houtbouw
© DeBacker
Referentie06
www.stessens.be
© Stessens
Belim Bouwteam
www.belim.be
© Belim Bouwteam
Referentiewoning Arkana
Referentiewoning Arkana
© Arkana
In sommige gevallen is een openbaar onderzoek nodig in de aanvraagprocedure voor een stedenbouwkundige of verkavelingsvergunning. Hoe verloopt de organisatie van zo’n onderzoek en is wie is waarvoor verantwoordelijk? Onze expert doet een en ander uit de doeken.


De organisatie van een openbaar onderzoek is een substantiële vormvereiste. De regels inzake de organisatie van dit openbaar onderzoek zijn dit evenwel niet. Enkel zij die aantonen persoonlijk te zijn geschaad door een schending ervan kunnen de schending van deze regels op ontvankelijke wijze inroepen.
Bij besluit van 5 mei 2000 heeft de Vlaamse regering nadere uitvoeringsregels bepaald inzake het organiseren van een openbaar onderzoek bij aanvragen tot het bekomen van een stedenbouwkundige vergunning en bij verkavelingsaanvragen. Dit besluit werd nadien nog tweemaal gewijzigd (en meer bepaald bij Besluiten van de Vlaamse Regering van resp. 30 maart 2001 en 8 maart 2002) en is niet van toepassing op de aanvraagdossiers waarvoor het ontvangstbewijs reeds werd afgeleverd voor 1 mei 2000.

Wie is verantwoordelijk voor de organisatie van het openbaar onderzoek?
De organisatie van het openbaar onderzoek gebeurt in samenwerking tussen de gemeentelijke overheden en de aanvrager. De gemeentelijke overheid is zelfs bevoegd voor de organisatie van het openbaar onderzoek indien zij niet de vergunningverlenende overheid is, met name wanneer de gedelegeerde of de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar optreedt als vergunningverlenende overheid.

Wanneer vangt het openbaar onderzoek aan?
Overeenkomstig artikel 8 van het bovenvermelde uitvoeringsbesluit vangt het openbaar onderzoek onmiddellijk aan na het indienen van de aanvraag. De start ervan moet zich situeren tussen vijf en tien dagen na de datum van het ontvangstbewijs. Deze termijn is een termijn van orde. Het uitstellen van de start van het openbaar onderzoek maakt dit onderzoek niet onwettig, wat echter niet betekent dat het gemeentebestuur dit zonder meer mag doen. De regelgeving bepaalt geen sanctie voor het laattijdig doen starten van het openbaar onderzoek, maar dit doet geen afbreuk aan de duidelijke regel van het besluit. Bovendien zal een vrijwillig uitstel van de start van het openbaar onderzoek een probleem vormen indien de gemeente over een dwingende termijn beschikt om over een aanvraag uitspraak te doen.

Wat kan de aanvrager doen als het gemeentebestuur weigert om het openbaar onderzoek te organiseren?
De aanvrager kan in een dergelijk geval het gemeentebestuur hiertoe dwingen en dit hetzij via de rechtbank, hetzij via het administratief toezicht dat door de betrokken provincie wordt gehouden op haar gemeenten en steden.

Hoe verloopt de bekendmaking dat een openbaar onderzoek zal georganiseerd worden?
De overheid stelt de aanvrager van een stedenbouwkundige vergunning of van een verkavelingsvergunning door een vermelding in het ontvangstbewijs van zijn aanvraag in kennis van de verplichting tot het houden van een openbaar onderzoek. De aanvrager plakt een bekendmaking aan op de plaats waar het onroerend goed paalt aan de openbare weg. Het spreekt voor zich dat deze bekendmaking leesbaar moet zijn voor alle voorbijgangers. Het model van deze bekendmaking is door de Vlaamse Regering voorgeschreven. De traditioneel hiervoor gebruikte gele affiches zijn goed ingeburgerd, en missen doorgaans hun effect niet.

Hoe verloopt de verdere procedure bij het organiseren van een openbaar onderzoek?
Het betrokken gemeentebestuur schrijft de eigenaars van de aanpalende percelen die de aanvraag niet hebben ondertekend bij ter post aangetekende brief aan voor de start van het openbaar onderzoek. Bij een wijziging van de verkaveling geldt de verplichting tot aanschrijving enkel ten opzichte van de eigenaars van de aanpalende percelen die geen deel uitmaken van de verkaveling. De eigenaars binnen deze verkaveling moeten immers voorafgaand aan het indienen van de aanvraag een afschrift van deze aanvraag hebben ontvangen.

Mag de gemeente van de aanvrager eisen dat hij de lijst met de aanpalende eigenaars bij het kadaster zelf gaat opvragen?
Neen, de gemeente zal de gegevens zelf dienen op te zoeken.
Het is immers de visie van de Vlaamse overheid dat het absurd is om de burger te belasten met het bezorgen van informatie van de ene overheid aan de andere.
Bovendien krijgt elke gemeente jaarlijks van het kadaster een lijst met geactualiseerde kadastrale gegevens. De aanvrager betaalt wel de kosten van de aangetekende zendingen.

Hoe lang duurt het openbaar onderzoek?
Het openbaar onderzoek duurt dertig dagen, en vangt aan tussen tien en dertig dagen na de verzending van het ontvangstbewijs. Gedurende die periode kan iedereen zijn bezwaren of opmerkingen schriftelijk ter kennis brengen van het betrokken college van burgemeester en schepenen. Het is daarbij de datum van ontvangst die van belang is.

Hoe dienen de ingediende bezwaren behandeld te worden?
De vergunningverlenende overheid spreekt zich uit over de ingediende bezwaren en opmerkingen.
Het recht om bezwaar in te dienen heeft voor de overheid als logische tegenhanger de verplichting om ermee rekening te houden. Het ene houdt het andere in. Nochtans moet de vergunningverlenende overheid niet op elk (bezwaar)argument antwoorden. Het is voldoende dat de bezwaarindiener in het besluit van de vergunningverlenende overheid de redenen van goede ruimtelijke ordening kan terugvinden die de overheid ertoe hebben gebracht om het ingediende bezwaar te verwerpen.

Bij openbare aanvragen is het de betrokken gemeente die het openbaar onderzoek organiseert, ook al heeft zij geen beslissingsrecht vermits zij niet de vergunningverlenende overheid is.
Het college van burgemeester en schepenen neemt, na afloop van het openbaar onderzoek, kennis van de ingediende bezwaren en spreekt zich er over uit.
De gedelegeerde stedenbouwkundige ambtenaar is niet verplicht om tot een nieuw onderzoek van de bezwaren over te gaan. Hij kan verder gaan op de beoordeling en adviezen die reeds gegeven werden door het betrokken college van burgemeester en schepenen.

Kan het openbaar onderzoek later worden hervat?
Ja, om te vermijden dat het bezwaarrecht zou uitgehold worden door gebeurtenissen van na het openbaar onderzoek moet het mogelijk zijn om nadien het openbaar onderzoek te hernemen.
Zo is het bijvoorbeeld denkbaar dat het openbaar onderzoek moet worden hervat als na de vernietiging van een stedenbouwkundige vergunning of verkavelingsvergunning blijkt dat de resultaten van het oude openbaar onderzoek voorbijgestreefd zijn.
Ook een wijziging van de oorspronkelijk ingediende plannen zou het fundamentele bezwaarrecht kunnen uithollen. Volgens vaste rechtsspraak van de Raad van State leidt een essentiële substantiële wijziging van de plannen dan ook tot een verplichting om het openbaar onderzoek opnieuw te hervatten.

Hoe moet de vergunning bekendgemaakt worden nadat er een openbaar onderzoek heeft plaatsgevonden?
De wijze van bekendmaking zal verschillend zijn naargelang het gaat om openbare en private vergunningsaanvragen en naargelang het gaat over private vergunningsaanvragen in de zogenaamde niet-ontvoogde gemeenten en de ontvoogde gemeenten.

• Voor openbare aanvragen is er geen enkele bekendmaking van de vergunningsbeslissing opgelegd.
• Voor de private vergunningsaanvragen in de niet-ontvoogde gemeenten wordt er bepaald dat er een bekendmaking van de vergunningsbeslissing dient te gebeuren op het terrein en dat dit dient te gebeuren voor de start van de werken. Deze verplichting is gericht tot de houder van de vergunning, zonder dat aan het niet naleven van deze verplichting enige sanctie is verbonden.
• Voor de private vergunningsaanvragen in de ontvoogde gemeenten wordt gesteld dat de aanvrager de beslissing zelf onmiddellijk moet aanplakken op het terrein waarop de aanvraag betrekking heeft. De Vlaamse Regering kan nadere regels hieromtrent bepalen, maar dit is vooralsnog niet gebeurd. Ook deze verplichting wordt niet gesanctioneerd ten aanzien van de houder van de vergunning.

Ontdek deze bouwbedrijven

Meer informatie op de website van deze bedrijven