Het inzagerecht van de stedenbouwkundige vergunning

Gewijzigd op 24/04/2012 door Kelly Cuypers

Stedenbouwkundige vergunning
© Stad Hasselt
Diverse wetten en decreten maken het de burger mogelijk inzage te krijgen in bepaalde bestuursdocumenten. Hieronder vallen ook afgeleverde stedenbouwkundige vergunningen en verkavelingsvergunningen. In dit artikel leggen we uit welke stappen je moet ondernemen om deze documenten in te kunnen kijken.


Voormalig artikel 134, §1, 2° van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening liet het aan de Vlaamse Regering over om de voorwaarden te bepalen onder welke derden bij de besturen inzage kunnen krijgen in de inhoud van afgegeven stedenbouwkundige vergunningen of verkavelingsvergunningen. Een uitvoeringsbesluit is er echter nooit gekomen. Bij de decreetswijziging van 21 november 2003 werd artikel 134 §1, 2° zelfs zonder meer opgeheven.

Dit betekent uiteraard niet dat de particulier deze documenten niet meer zou kunnen consulteren. Hij kan hiervoor immers terugvallen op de algemene openbaarheidsbepalingen die aan iedereen recht op inzage van de bestuursdocumenten verlenen.
Overeenkomstig artikel 32 van de Belgische Grondwet heeft iedereen het recht om elk bestuursdocument te raadplegen en er een afschrift van te krijgen, behoudens in de gevallen en onder de voorwaarden bepaald door de wet, het decreet of de regel bedoeld in artikel 134. De openbaarheid van bestuur wordt momenteel in Vlaanderen geregeld door het decreet van 26 maart 2004. Dit decreet is echter niet alleen van toepassing op het Vlaamse gewest, maar ook op het gemeentelijke en provinciale bestuursniveau.
Deze openbaarheid van bestuur is een passieve openbaarheid, wat betekent dat de betrokken overheid de plicht heeft om alle burgers toegang tot bestuursdocumenten te verlenen. Het komt er op neer dat de betrokken overheid inzagerecht verleent aan de burger als deze er om verzoekt. Deze persoon die inzage vraagt kan zowel een natuurlijk persoon, een rechtspersoon als een groepering zijn.

Hoe verloopt de procedure?
De aanvraag tot openbaarmaking en tot inzage wordt schriftelijk ingediend. Hieronder wordt verstaan een aanvraag die ingediend wordt per brief, per fax, per e-mail, of die persoonlijk wordt overhandigd. Desnoods kan men zich ter plaatse aanbieden bij een ambtenaar, maar dan wordt de aanvraag genoteerd. Op een louter mondeling of telefonisch verzoek moet de desbetreffende overheid niet ingaan.
De aanvrager moet het gewenste bestuursdocument vermelden of ten minste de aangelegenheid waarover het gaat. Als één en ander onduidelijk is, dan kan een instantie het verzoek niet meteen afwijzen, maar moet ze in dialoog treden met de verzoeker om alsnog meer duidelijkheid te krijgen. Elke instantie heeft immers een bijstandsverplichting in dit verband.

Moet de aanvrager een belang kunnen bewijzen?
De aanvrager moet géén belang aantonen. Wel moet hij zijn identiteit bekendmaken. Als een gevolmachtigde optreedt, bijvoorbeeld een advocaat, dan moet tevens de identiteit van de cliënt meegedeeld worden. Van een advocaat wordt vermoed dat hij zijn cliënt vertegenwoordigt, terwijl dat niet geldt voor anderen die optreden in naam van de aanvrager. Zij moeten hun mandaat schriftelijk aantonen.
Bovendien hebben voortaan alle particulieren, en niet enkel zogenaamde derde belanghebbenden, inzage in de inhoud van de afgeleverde stedenbouwkundige vergunningen of verkavelingsvergunningen.

Tot wie dient men zijn aanvraag te richten?
De aanvraag tot inzage van een stedenbouwkundige vergunning wordt bij voorkeur gericht aan de gemeente, die alle met betrekking tot haar grondgebied verleende stedenbouwkundige vergunningen archiveert, of (voor zover bekend) aan de overheid die de vergunning in casu heeft verleend.
Eventueel kan een aanvraag ook worden gericht tot het Agentschap RO-Vlaanderen van de Vlaamse overheid, maar deze zal niet altijd over de betreffende informatie beschikken. Als de aanvraag wordt gericht aan een instantie die het gevraagde document niet in haar bezit heeft, dan stuurt die instantie de aanvraag zo spoedig mogelijk door naar de instantie die het document vermoedelijk in haar bezit heeft en brengt ze de aanvrager hiervan op de hoogte.
Het gewenste document moet niet noodzakelijk gemaakt of opgesteld zijn door de dienst waar jij het hebt opgevraagd. Het is voldoende dat het document in zijn bezit is.

Binnen welke termijn dient de aanvraag behandeld te worden?
De aanvraag wordt zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen 15 kalenderdagen na de registratie van de aanvraag schriftelijk, per fax of per e-mail beantwoord.
Als een aanvraag tot inzage echter kennelijk onredelijk is of als deze aanvraag op een te algemene wijze werd geformuleerd, dan begint er een nieuwe termijn te lopen van 15 dagen vanaf het ogenblik dat de aanvrager zijn aanvraag verduidelijkt of vervolledigd heeft.
De beslissing tot inwilliging wordt vervolgens zo snel mogelijk, en uiterlijk binnen 30 (of 45 in geval van verlenging) kalenderdagen na de registratie van de aanvraag uitgevoerd.
Als de aanvrager gebruik wenst te maken van zijn inzagerecht, dan stelt de instantie die het bestuursdocument in haar bezit heeft in overleg met de aanvrager de plaats, de datum en het tijdstip van inzage vast. De aanvrager moet het bestuursdocument onder redelijke omstandigheden kunnen inkijken en moet hiervoor tevens voldoende tijd krijgen.
In voorkomend geval, motiveert de instantie waarom zij de informatie niet ter beschikking kan stellen binnen de door hem voorgestelde termijn.

De inzage en de verschafte uitleg zijn kosteloos. Als je een afschrift van bepaalde documenten wenst te verkrijgen, kan het wel zijn dat de betrokken overheid hiervoor een vergoeding vraagt

Kan het inzagerecht beperkt of afgewezen worden?
Ja, zo zal bijvoorbeeld een aanvraag voor het bekomen van een stedenbouwkundige vergunning pas ingekeken kunnen worden nadat de stedenbouwkundige vergunning werd verleend, tenzij de wet zelf in een openbaar onderzoek voorziet.
Als een bestuursdocument nog niet af is of onvolledig, dan kan de aanvraag tot het verkrijgen van inzage afgewezen worden.
Daarenboven zijn er nog een aantal beperkingen en uitzonderingen die vooral te maken hebben met de geheimhoudingsplicht, de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (privacy), met de openbare orde, met veiligheidsoverwegingen, met gerechtelijke procedures,…

Ontdek deze bouwbedrijven

Meer informatie op de website van deze bedrijven