De ambtshalve uitvoering van vonnissen inzake bouwinbreuken

Gewijzigd op 24/04/2012 door Kelly Cuypers

Sepia
© Vandersanden steenfabrieken

Het is in de eerste plaats aan de veroordeelde zelf om de door de rechter opgelegde herstelmaatregel uit te voeren. De toelating van de gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur en/of het college van burgemeester en schepenen om bij stilzitten van de beklaagden tot herstel over te gaan is slechts subsidiair en houdt een drukkingsmiddel in om de beklaagden te overtuigen zelf de hen opgelegde verplichtingen na te komen. De dwangsom is hierbij een ander drukkingsmiddel.

Vrijwillig herstel
Overeenkomstig artikel 152 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening brengt de veroordeelde de stedenbouwkundige inspecteur en het college van burgemeester en schepenen onmiddellijk schriftelijk op de hoogte van het feit dat hij de opgelegde herstelmaatregel vrijwillig heeft uitgevoerd. Daarop wordt door de stedenbouwkundige inspecteur onmiddellijk en na controle ter plaatse een proces-verbaal van vaststelling opgemaakt. Een afschrift van dit proces-verbaal van vaststelling zal nadien door de stedenbouwkundige inspecteur worden overgemaakt aan de overtreder en aan de betrokken gemeente.
Behoudens bewijs van het tegendeel, geldt enkel het proces-verbaal van vaststelling als bewijs van het gerealiseerde herstel en van de datum van het herstel.
De gerechtsdeurwaarder zal deze meldingsvereiste ook uitdrukkelijk opnemen in het betekeningsexploot van het vonnis of arrest.

Meldingsplicht
De reden van deze meldingsplicht is evident: de gerechtsdeurwaarder of de ambtenaren die belast zijn met het vaststellen van bouwovertredingen, kunnen zich immers niet zomaar steeds de toegang tot de private eigendom van een veroordeelde verschaffen; evenmin kan van deze personen worden verwacht dat ze zich dagelijks naar de plaats van het misdrijf zouden begeven om ter plaatse na te gaan of de illegale toestand al werd beëindigd.
Soms gebeurt het dat de veroordeelde van oordeel is dat de overheid maar zelf moet bewijzen dat het herstel nog niet was gebeurd op de dag van de betekening.
Nochtans wordt zowel in de rechtspraak als in de rechtsleer het criterium van de “gewone gang van zaken” aanvaard. Dit criterium impliceert dat er een weerlegbaar vermoeden bestaat van overeenstemming van de feiten met de gewone gang van zaken. Het zal aan de veroordeelde zijn om dit vermoeden te weerleggen. Het vermoeden verschuift bijgevolg de bewijslast.

Normale gang van zaken
Inzake de herstelmaatregel zal “de normale gang van zaken” neerkomen op het vermoeden dat iemand die:

  1. veroordeeld werd wegens het uitvoeren en/of instandhouden van een bouwmisdrijf; 
  2. vervolgens weigerde om zelf tot het herstel over te gaan gedurende de termijn die hem door de rechter hiervoor werd toegekend; 
  3.  en tenslotte ook nog naliet om onmiddellijk te reageren op een betekeningsexploot waarin expliciet staat vermeld dat de veroordeelde zelf het herstel dient te melden;

helemaal niet tot dat herstel is overgegaan.

Ambtshalve uitvoering
Als het herstel niet werd uitgevoerd door de veroordeelde binnen de door de rechtbank gestelde termijn, dan kan overeenkomstig artikel 153 van het bovenvermelde decreet ofwel de stedenbouwkundige inspecteur, ofwel het college van burgemeester en schepenen en eventueel de burgerlijke partij ambtshalve in de uitvoering ervan voorzien.
In het geval van een ambtshalve uitvoering, zal het betreffende vonnis of arrest door een gerechtsdeurwaarder worden betekend aan de veroordeelde(n). Deze betekening gebeurt op verzoek van het college van burgemeester en schepenen of op verzoek van de gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur. Aan deze veroordeelde(n) zal alsnog een termijn van drie of zes maanden worden toegekend om het bevolen herstel toch nog zelf uit te voeren. De termijn van drie of zes maanden zal afhangen van het feit of de constructie, die dient afgebroken te worden, een al dan niet bewoonde constructie is. In het geval het gaat over een bewoonde constructie, zal aan de bewoners meer tijd verleend worden om een ander onderdak te vinden.
Als de veroordeelde ook na het verstrijken van deze termijn van drie of zes maanden niet is overgegaan tot het herstel, dan kan de bevoegde overheid een aannemer aanstellen om de opgelegde herstelmaatregel uit te voeren.
De eigenaars, huurders of andere bewoners van het onroerend goed zullen enkele weken voor de aanvang van de afbraak- of aanpassingswerken van de datum en het uur van deze werken op de hoogte worden gebracht.
Een gedeeltelijk herstel van de illegale constructie zal in principe niet meer leiden tot het verlengen van de toegestane hersteltermijn. Enkel de vrijwillige en tijdige uitvoering van de bevolen herstelmaatregel zal het ambtshalve herstel door de overheid kunnen beletten, in welk geval de al gemaakte kosten (bijvoorbeeld de betekeningskosten) hoe dan ook ten laste van de veroordeelde zullen komen te vallen.
De kosten die gepaard gaan met de ambtshalve uitvoering van een afbraakvonnis of –arrest worden gedekt door een wettelijke hypotheek, die van rechtswege op de grond van de veroordeelde rust.

Ontdek deze bouwbedrijven

Meer informatie op de website van deze bedrijven