Ventileren

Systeem C doorgelicht

Aanbevolen partners

Renson - Ventilatie, zonwering
Easykit logo
Zehnder Group
Logo Bosch
In de eerste bijdrage lichtte onze ventilatiespecialist de basisprincipes van het ventileren toe. In deze bijdrage gaat hij dieper in op het systeem C, een van de vaker gebruikte ventilatiemethodes.

De energieprestatieregelgeving schrijft vier verschillende systemen voor op het vlak van woningventilatie (A, B, C en D).

De basisprincipes voor deze systemen blijven dezelfde:

  • Tracht vervuilde lucht (vocht, geur,…) zo snel mogelijk af te voeren op de plaatsen waar deze lucht geproduceerd wordt
  • Wanneer we lucht afvoeren moet er ook lucht toegevoerd worden
  • Volgens het vereenvoudigd systeem zal verse lucht toegevoerd worden in ‘droge ruimten’, doorstromen via gangen, hallen en trappenhuizen naar de ‘natte ruimten’ waar ze zal afgevoerd worden

De vier systemen onderscheiden zich echter in de manier waarop lucht wordt toegevoerd en waarop lucht wordt afgevoerd.
Het toe- en afvoeren van lucht kan op natuurlijke wijze gebeuren of mechanisch. Het volledig natuurlijk systeem noemen we systeem A, het volledig mechanisch systeem noemen we D.

Aangezien ieder systeem zijn eigen kostprijs heeft, wordt in de woningbouw heel vaak voor systeem C gekozen. De investeringskost valt mee en het systeem werkt op zich goed.

Debieten

Met systeem C bedoelen we het toevoeren van lucht op natuurlijke wijze, laten doorstromen via doorstroomopeningen in binnendeuren of -wanden en het mechanisch afvoeren van verontreinigde lucht.

Concreet wil dit zeggen dat verse lucht doorheen regelbare toevoeropeningen de woning binnenkomt in de ‘droge ruimten’. Vervuilde lucht wordt afgevoerd uit de woning door middel van een ventilator. De doorstroopopeningen zorgen ervoor dat de lucht vanuit de ‘droge ruimten’ tot in de ‘natte ruimten’ kan geraken.

De nodige debieten (= hoeveelheid luchtverversing per uur) die je moet realiseren zijn opgenomen in de norm NBN D50-001. Als algemene regel voor de berekening van het nodige debiet per ruimte geldt: 3,6 m³/h per m² vloeroppervlakte.

Voor de meeste ruimten is er ook een minimaal debiet vastgelegd indien het debiet volgens de algemene regel lager zou zijn. Daarnaast is er ook een maximaal debiet waar je je mag tot beperken. In het geval van vrije toevoer (systeem A of C) stelt de wetgever dat het debiet niet hoger mag zijn dan 2 x het nominaal debiet (= algemene regel).

Voorbeeld
Indien we bijvoorbeeld een slaapkamer hebben met een oppervlakte van 12 m², dan moeten we volgens de algemene regel een debiet van minstens 12 x 3,6 = 43,2 m³/h voorzien.

Het minimum van deze ruimte ligt vast op 25 m³/h, waar we dus boven zitten, het maximum waartoe men zich mag beperken bedraagt 72 m³/h (voor een slaapkamer), terwijl het absoluut maximum (indien we systeem C toepassen) als volgt bepaald wordt: 2 x 43,2 m³/h = 86,4 m³/h.

Indien we een slaapkamer zouden hebben van 21 m², dan zou het nodige debiet volgens de algemene regel 75,6 m³/h bedragen. We mogen ons echter beperken tot 72 m³/h.

We zijn altijd vrij om hier boven te gaan, maar dat zal gepaard gaan met hogere energieverliezen.

Regelbare toevoeropeningen

Wanneer we de debieten van alle ruimtes bepaald hebben moeten we regelbare toevoeropeningen (RTO’s) gaan kiezen en een afvoerventilator gaan plaatsen. We hebben hierin heel wat keuze.
Voor de toevoeropeningen kan je kiezen voor toevoerroosters die in of op het raam worden geplaatst of voor muurroosters. Het nadeel van muurroosters is dat die, om het nodige debiet te realiseren, meestal behoorlijk groot zijn. Voor een woonkamer kan dat een rooster worden van ca. 30 x 30 cm. Om die reden wordt meestal gekozen voor roosters in of op het raam.
Het bepalen van het type en het aantal toevoerroosters dat moet voorzien worden is de taak van de EPB-verslaggever in samenspraak met de architect. Je moet dus niet zomaar in elk raam een RTO voorzien en je vermijdt best RTO’s in twee verschillende muurvlakken van een ruimte om tochthinder te voorkomen.

Het zal je wellicht al duidelijk worden dan het debiet uiteindelijk zal afhangen van het type rooster en de afmetingen van het raam. Dit heeft tot gevolg dat het totale toevoerdebiet van de woning moeilijk in te regelen valt en mede afhankelijk is van de weersomstandigheden.

Architecten kunnen hier echter al tijdens de ontwerpfase rekening mee houden.

Afvoer van lucht

Voor het afvoeren van de vervuilde lucht maken we bij systeem C gebruik van een of meerdere ventilatoren. Je kan kiezen om één centrale ventilator te voorzien en hier kanalen op aansluiten die in verbinding staan met de afvoerventielen in de ‘natte ruimtes’.
De ventilator blaast dan de lucht naar buiten. Indien je geen ruimte hebt voorzien voor het leggen van kanalen of wanneer het plaatsen van een centrale ventilator niet mogelijk is, kan je opteren om individuele ventilatoren te voorzien per ruimte. Er dient op gelet te worden dat de nodige debieten altijd gerealiseerd worden.

Het plaatsen van één centrale ventilator is in vele opzichten het interessantst. Wanneer je voor één ventilator kiest heb je ook maar één muur- of dakdoorvoer nodig, bij individuele ventilatoren ga je meerdere muur- en/of dakdoorvoeren krijgen.

Een centrale ventilator werkt meestal op gelijkstroom waardoor het verbruik lager ligt dan bij individuele ventilatoren (meestal wisselstroom).

De centrale ventilator kan bv. op zolder geplaatst worden waardoor er minder geluidshinder is in de ruimtes zelf.

C met een extraatje = c+

Goed om mee te geven is dat er ook een variant op het systeem C bestaat, namelijk C+. Dit is een verfijning van het C-systeem. In die zin dat de mechanische afvoer gecontroleerd gebeurt. De afvoer gebeurt via speciale extractiemonden die zijn uitgerust met een aanwezigheidsdetector en een timer. Zo wordt alleen lucht afgezogen wanneer dit strikt nodig is.

Voor- en nadelen van systeem C

Om te besluiten overlopen we nog even de voor- en nadelen van systeem C ten opzichte van de andere systemen.

Voordelen

  • Het systeem is energiezuiniger dan bijvoorbeeld systeem A, terwijl de meerkost beperkt blijft. 
  • Door mechanisch af te voeren kan je op elk moment ingrijpen op het systeem door te werken met een standenschakelaar. Dit is niet mogelijk bij systeem A. 
  • Het systeem is minder complex en neemt minder plaats in dan systeem D. 
  • Het is makkelijk zelf te plaatsen. 
  • Het onderhoud is beperkter ten opzichte van systeem D. 
  • Systeem C kost maar de helft van systeem D.

Nadelen

  • Je hebt geen invloed op de hoeveelheid toegevoerde lucht, deze is afhankelijk van het type rooster en de weersinvloeden. 
  • Toevoerroosters hebben een minder goede isolatiewaarde waardoor het een invloed heeft op het k-peil en het energieverlies. 
  • Het temperatuurcomfort is matig aangezien de toevoerlucht in de winter niet voorverwarmd is. 
  • Mogelijk lawaaihinder via de toevoerroosters – tenzij je kiest voor de akoestisch aangepaste systemen. 
  • Warmterecuperatie is niet mogelijk tenzij een externe warmtepomp geïnstalleerd wordt op de afvoerlucht. 
  • De toevoerlucht wordt niet gefilterd.
Auteur: Andy Camps  – mei 2008

Identikit ventilatiespecialist Andy Camps
Andy Camps

Andy Camps heeft ruim 10 jaar ervaring als lesgever, ontwerper en plaatser van woningventilatiesystemen. Voor Habitos.be geeft hij alle info over de verschillende ventilatiesystemen, de regels en nog veel meer.

Lees de teksten van de ventilatiespecialist >> 

 Website
 Twitter
 Facebook

Mis de laatste bouwnieuwtjes niet!

Ontvang onze wekelijkse updates vol nuttige tips over bouwen en verbouwen.

Wens je deze folder te lezen? Vul dan eenmalig je email adres in