Verlichting

Aandachtspunten bij het overschakelen van halogeen- naar ledverlichting

Vaak is het mogelijk om een halogeenlampje een-op-een te vervangen door een ledlamp, wat in betere lichtprestaties en een verlaagd energieverbruik resulteert, maar dan is het wel belangrijk dat de juiste ledlamp wordt gekozen. Ook als je de typische gele gloed van een halogeenlamp wilt behouden, moet je daar bij de selectie van de ledlamp rekening mee houden.

Fitting van de lamp

In eerste instantie moet je even kijken naar de lampfitting. Halogeenlampen zijn er in de meest uiteenlopende soorten en maten, maar meestal zal het gaan om de E14- (dunne fitting), de E27- (dikke fitting) of de GU-fitting (bv. de GU5.3). Bij deze GU-fittings heeft de halogeenlamp twee pootjes die vervolgens met een kwartslag in een speciaal daarvoor voorziene houder moeten worden vastgemaakt. Bij de E-fittings is de hallogeenlamp van schroefdraad voorzien en moet de lamp worden vastgedraaid. Ook ledlampen kan je met deze fittings verkrijgen. Natuurlijk moet je wel even kijken of ze op hetzelfde voltage werken en je ze een-op-een kan vervangen.

Lichttemperatuur

Naast de fitting zijn er nog een aantal andere zaken om rekening mee te houden. De lichttemperatuur is daar een voorbeeld van. Ledlampen kan je eigenlijk in vrijwel alle lichttemperaturen verkrijgen, dus je kan perfect kiezen voor extra warm licht, extra helder licht of alles daartussenin. Mogelijk wil je ook de kleurtemperatuur van je hallogeenlamp nabootsen en dit kan perfect. Hallogeenlampen hebben meestal een kleurtemperatuur van zo'n 3.000 K en bij vrijwel elke ledlamp is de kleurtemperatuur weergegeven, dus gewoon even vergelijken is de opdracht.

Lichtoutput

Vervolgens houd je rekening met de lichtoutput. Hiervoor is alvast één zaak niet relevant: het vermogen. Toen we nog allemaal gloeilampen gebruikten, gaf het vermogen nog enigszins inzicht in de lichtoutput omdat je alles netjes kon vergelijken. Een gloeilamp van 40 watt leverde dan zo'n 400 tot 500 lumen op en een gloeilamp van 60 watt zorgde voor zo'n 700 tot 800 lumen. Tegenwoordig kan je niet meer zo eenvoudig met vermogens rekenen. Zo gaat ledverlichting veel efficiënter met energie om dan een halogeenlamp, maar zijn er ook onderling verschillen. Kijk daarom altijd naar de lumenwaarde. Als je een halogeenspot van zo'n 50 watt wil vervangen, moet je toch rekenen op zo'n 350 tot 400 lumen. Voor een halogeenspot van zo'n 35 watt gaat het dan weer om zo’n 250 lumen.

Openingshoek

Wanneer je een spotje vervangt, moet je ten slotte nog even nadenken over de openingshoek. Een hoge lichtopbrengst met een grote openingshoek wil ook zeggen dat de lichtopbrengst veel meer wordt verspreid. Het licht waaiert als het ware uit. Gloeilampen bijvoorbeeld hebben een ruime openingshoek van 340°, terwijl leds een openingshoek van 3° tot 100° hebben en laserverlichting ten slotte een openingshoek heeft van bijna 0°.

Een kleine openingshoek is dus geschikt voor detailverlichting, terwijl een grote openingshoek ideaal is voor de algemene verlichting. Dit wordt niet altijd door verkopers aangegeven, maar vaak geven ze toch minstens de geschiktheid van het spotje aan en daar kan je natuurlijk ook al mee uit de voeten.

Mis de laatste bouwnieuwtjes niet!

Ontvang onze wekelijkse updates vol nuttige tips over bouwen en verbouwen.