Verlichting

3 tips voor het aansluiten van plafondverlichting

Wie plafondverlichting goed wil plaatsen, moet aan een aantal zaken denken. Het goed doen is niet alleen belangrijk voor de veiligheid, maar het voorkomt ook dat je plafondlamp in duizend-en-een stukken op de vloer uiteenspat. Deze drie tips helpen je om de juiste plafondverlichting ook op de juiste manier aan te sluiten.

Controleer of het plafond geschikt is voor je plafondlamp

Neem altijd eerst even de kwaliteit van het plafond onder de loep. Aan een gipsplaten plafond zal je bijvoorbeeld wel een lichte plafonnière kunnen ophangen, maar zware hanglampen? Dat is gewoon vragen om problemen. Zo'n zware hanglampen moet je nu eenmaal altijd op een ligger monteren zodat het plafond niet naar beneden komt.

Met een betonnen plafond heb je dit probleem natuurlijk niet. Ook dan moet je echter wel nog altijd een plug en schroef gebruiken die het lampgewicht kunnen dragen. Zorg er natuurlijk ook voor dat je met de juiste diameter boort. Met een betonboor die net een tikkeltje te groot is, heb je op korte termijn misschien geen problemen, maar op lange termijn kan je plug met plafondlamp en al naar beneden denderen.

Maak gebruik van een trekontlaster

Hang een lamp nooit aan de installatiedraden op, maar gebruik altijd een trekontlaster. Bij een trekontlaster wordt het gewicht goed verdeeld, waardoor je voorkomt dat de koperdraden na verloop van tijd stuk worden getrokken. In dat geval riskeer je niet alleen dat de plafondlamp naar beneden komt, maar bovendien kan de verdunde koperdraad sterk opwarmen, met alle gevolgen van dien. Nadat je de aansluitkabel door de trekontlaster hebt getrokken, kan je eenvoudig de lampdraden met een kroonsteentje verbinden met de installatiedraden.

Opletten bij verlichting in natte ruimtes

Niet alleen moet je rekening houden met het type plafond, maar ook met de ruimte die je wil verlichten. In de meeste ruimtes volstaat het dat een lamp stofdicht is, maar in sommige ruimtes worden er ook andere eisen aan de lamp gesteld.

In de badkamer is dit bijvoorbeeld het geval. In de zone die zich bij het bad of de douche bevindt, moet de verlichting minstens IP65 hebben. Dit wil zeggen dat de lamp beschermd is tegen waterstralen. Ook als je al eens gek doet met de douchekop loop je dan geen gevaar. Voor alle zekerheid moet de lamp wel op 12 volt werken. Deze lampen mogen echter niet worden ondergedompeld en zijn niet geschikt om in je bad te monteren.

In de zone boven de douchecabine zijn de eisen echter minder streng. Hier kan je dus gewoon kiezen voor een plafondlamp met IP44. Zo'n plafondlamp is spatwaterdicht en kan je ook rondom het bad en de douche plaatsen. Wat verder in de badkamer volstaat IP21, wat wil zeggen dat de plafondlamp drupwaterdicht is.

Soortgelijke regels zijn er ook wanneer je bijvoorbeeld buiten plafondverlichting gaat plaatsen en weersinvloeden voor de nodige nattigheid kunnen zorgen. Meer over deze en soortgelijke regels lees je in boek 1 van het AREI (Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties).

Mis de laatste bouwnieuwtjes niet!

Ontvang onze wekelijkse updates vol nuttige tips over bouwen en verbouwen.