Aanbevolen partners

Logo Groupe Atlantic
Antargaz
Logo Bosch
Energie

Ga slim om met warmte en elektriciteit

Onze overschotten aan warmte en elektriciteit opslaan. Dat wordt de toekomst van hernieuwbare energie. Toch wacht je dat doel best niet af, want wie vandaag niet inzet op hernieuwbare energie, hypothekeert de waarde van zijn woning. Ook banken zullen het gebruik van hernieuwbare energie in de toekomst naar waarde schatten. Kortom, vandaag bouwen of renoveren, betekent inzetten op hernieuwbare energie. Technieken die je dit jaar op Batibouw kunt ontdekken in Paleis 10 en het vernieuwde Paleis 12.

We roepen het al jaren: energie wordt duurder en schaarser. De dagelijkse praktijk bewijst dit nu ook almaar harder. Bewuster energie consumeren is één manier om met dit probleem om te gaan. Wie gaat bouwen of renoveren heeft echter de mogelijkheid om fundamenteler in te grijpen: hetzij door een energiezuinige woning te bouwen, hetzij door voor energiezuinige technieken te kiezen. Of beter nog: door beide aspecten te combineren. De markt rond de hernieuwbare energie heeft wat dat betreft niet stilgestaan en de toekomst is nog veelbelovender. Feit is wel dat die toekomst niet meer zo ver weg is. Vlaanderen verplicht vanaf 2014 het gebruik van een vorm van hernieuwbare energie in nieuwbouwprojecten. De Vlaming die dit jaar op BATIBOUW rondloopt om zijn bouwproject te plannen, passeert dus best in Paleizen 10 en 12 om kennis te maken met de mogelijkheden op het vlak van hernieuwbare energie. Een slimme Brusselaar kijkt ook vooruit, want vanaf 2015 is de passiefstandaard de norm voor ieder nieuwbouwproject in het Hoofdstedelijk gewest. En hernieuwbare energie gaat hand in hand met passiefbouw. Voor Wallonië neemt men voorzichtig 2018 in de mond wanneer het gaat om het verstrengen van de energieconsumptie. En nog enkele jaren later – in 2021 - legt Europa de lat op ‘bijna energieneutraal bouwen’. Kortom, wie vandaag overweegt te bouwen of grondig te renoveren kan niet meer om het gebruik van hernieuwbare energie heen. Wie die kans laat liggen, hypothekeert vanaf dag één zijn bouwproject. Van zodra de aangehaalde verplichtingen een feit zijn, daalt een recente woning zonder hernieuwbare energie onvermijdelijk in waarde.

Wie zal dat betalen?

De keuze voor hernieuwbare energie doet echter ook heel wat vragen rijzen. De hamvraag voor iedere bouwheer - die al moet jongleren met het beschikbare budget - is: ‘Wat gaat dat kosten?’ En in één adem gevolgd door: ‘Wie zal dat betalen?’ De bouwheer zelf, natuurlijk. We zullen onvermijdelijk in ieder gewest in het jaar voor de invoering van de verplichting een piek zien in het aantal bouwaanvragen. Sommige bouwheren zullen proberen op die manier de meerkost voor hernieuwbare energie te omzeilen. Maar moet er noodzakelijk een meerkost aan hernieuwbare energie hangen? Aan een zijde is er immers de terugverdientijd en de winst na de terugverdientijd. Aan de andere zijde is er het aspect ‘lenen’. De overheid onderhandelt met de banksector om het te ontlenen kapitaal afhankelijk te maken van de energieprestaties van de woning. Dit zou concreet neerkomen op een voorstel voor een hypothecair krediet waaruit de bouwheer onmiddellijk kan afleiden tot welk tarief (intrest) bepaalde energiebesparende ingrepen resulteren. Dat is voor alle betrokken partijen interessant. De bouwheer weet dat hij onmiddellijk extra budget beschikbaar heeft om te investeren in energiezuinige technieken. De bank is er van haar zijde van verzekerd dat de ontlener dankzij de lagere energiekost meer financiële middelen overhoudt om de lening af te betalen. Op Batibouw vindt u alle banken verzameld in Paleis 8. Handig om snel af te toetsen welke banken vandaag al inspelen op het gebruik van hernieuwbare energie.Maar de bouwheer moet ook verder durven kijken dan de investeringskost. Er is nog zoiets als de total cost of ownership of vrij vertaald de totale gebruikskost. Daarin zit niet alleen de aankoop vervat, maar ook de energiekost over de volledige levensduur van de techniek. Zo houdt deze total cost of onwnership ook rekening met de terugverdientijd van de investering en de winst die je nadien maakt door de besparing op de energiekosten. Hier ligt een belangrijke rol weggelegd voor de fabrikanten en installateurs. Zij zijn het best geplaatst om hun klant voor te rekenen hoeveel ze na 10 of 20 jaar bespaard zullen hebben op de energiekosten. Die wetenschap kan de bouwheer een heel ander inzicht geven op de investering. En misschien is hij dan wel bereid de stap te zetten naar hernieuwbare energie. Uit een studie van de Vlaamse overheid blijkt alvast dat elektriciteit uit een pv-installatie goedkoper is dan gewone stroom van het net. Zelfs wanneer de installatie geen recht heeft op groenestroomcertificaten, is de groene stroom 60 euro per 1.000 kWh goedkoper dan netstroom.

Groeien in hernieuwbare energie


Het begrip hernieuwbare energie doet bij ieder van ons wel een belletje rinkelen. We denken dan spontaan aan een zonneboiler, fotovoltaïsche zonnepanelen of een warmtepomp. Minder gekend zijn de warmtekrachtkoppeling of het gebruik van biomassa. Vaak gebruiken we deze hernieuwbare energie in combinatie met fossiele brandstoffen. Kijk maar naar de combinatie van thermische zonnepanelen met de centrale verwarming. Samen verwarmen ze het water in de boiler. De thermische zonnepanelen leveren bij voorkeur in eerste instantie de nodige warmte uit de zonne-energie. De verwarmingsketel vult enkel aan wanneer de zon onvoldoende energie levert – op bewolkte dagen of ’s nachts. Het combineren van natuurlijke energie met fossiele brandstoffen, definiëren we in één woord als hybride-oplossingen. De combinatiemogelijkheden van natuurlijke en fossiele brandstoffen zijn legio. Zo kun je ook de warmte van de haard of pelletkachel – beiden biomassa – gebruiken om het warm water voor te verwarmen. De elektriciteit die de fotovoltaïsche panelen opleveren kan dan weer de warmtepomp voeden. De kunst ligt er vooral in de technieken zo te optimaliseren dat ze maximaal gebruik maken van hernieuwbare energie en minimaal van fossiele brandstoffen. Een goede afstelling van het systeem door uw vakman is al een stap in de goede richting.Een nieuwe stap in de hybride-technologie is het combineren van een warmtepomp en een condenserende verwarmingsketel. Een slimme regeling zorgt er daarbij voor dat de technologie altijd de voordeligste warmtebron met het hoogste rendement de voorkeur heeft.
Een voordeel van sommige hernieuwbare energieën is dat ze meer kunnen dan goedkoop verwarmen. Ze leveren ook goedkope koeling. De warmtepomp is daar een goed voorbeeld van. Op koude dagen benut de warmtepomp de energie uit de lucht of ondergrond om de woning op te warmen. In de zomer doet ze net het omgekeerde en benut ze de koelte uit de omgeving of ondergrond om comfort in de woning te brengen. Je slaat dus twee vliegen in één klap.
Al deze mogelijkheden van hernieuwbare energie kun je dit jaar ontdekken in Paleizen 10 en 12 op Batibouw. Nieuw dit jaar is overigens dat bezoekers ook de parking voor het vernieuwde Paleis 12 mogen gebruiken. Vanaf de parking kunnen ze via Paleis 12 onmiddellijk de beurs bezoeken. Dankzij een uitbreiding biedt Paleis 12 dit jaar overigens extra oppervlakte voor standhouders die inzetten op verwarming en hernieuwbare energie. Ook in Paleis 10 ontdek je standhouders die specifieke oplossingen inzake hernieuwbare energie (fotovoltaïsche panelen, warmtepompen en windenergie) bieden.

Zonneparadox

Allemaal mooi die hernieuwbare energie. Maar een spijtige vaststelling is dat we vaak energie opwekken wanneer we die eigenlijk niet nodig hebben. Denk aan pv-panelen en de zonneboiler. Die leveren het hoogste rendement op zonnige dagen. Maar dan hebben we net minder warm water en elektriciteit nodig. Die hebben we vooral 's morgens en 's avonds nodig en tijdens de koudere en kortere winterdagen. De sector zoekt koortsachtig om een antwoord te vinden voor deze uitdaging. Vandaag bestaat bijvoorbeeld al de mogelijkheid om warmte op te slaan in een buffervat. Alle producenten van verwarmingsoplossingen hebben dergelijke vaten in hun gamma. Zo’n vat kan dankzij zijn doorgedreven isolatie water tot 6 dagen op temperatuur houden. Op zonnige dagen kan het buffervat het teveel aan warm water opslaan. Wanneer het dan twee dagen later regent, kun je nog altijd profiteren van de energie die de zon eergisteren leverde. Je kunt overigens meerdere energieleveranciers aan het buffervat koppelen: van de klassieke verwarmingsketel over een warmtepomp tot een cv-haard.
Het feit dat je ook de warmtepomp kunt koppelen aan een buffervat maakt het bijgevolg mogelijk ook elektriciteit in de vorm van warmte te stockeren. Op dagen dat je veel energie op het openbare elektriciteitsnet zet, kan het interessant zijn deze elektriciteit via de warmtepomp om te zetten in warmte en te stockeren in het buffervat. Via een koppeling tussen de omvormer en de warmtepomp weet deze laatste wanneer er een overschot aan elektriciteit is en de warmtepomp dus warm water kan produceren. Die productie is niet alleen gratis, je vermijdt zo ook de heffing om de groene elektriciteit op het net te plaatsen.

Slimme energienetten

Spijtig genoeg zijn er nog niet echt andere alternatieven om het teveel aan groene elektriciteit te valoriseren. Een eerste echte optie die er aankomt, is de opslag van groene elektriciteit in batterijen. Op zonnige momenten laad je de batterijen op met de restelektriciteit in plaats van deze tegen betaling op het net te plaatsen. Het back upsysteem – dat de batterijen eigenlijk zijn – maakt het dan mogelijk toch in de noodzakelijke energiebehoefte te voorzien. Dit kan de verwarmingsketel, een verlichtingspunt, de koelkast, diepvriezer of zelfs tv zijn. Maar ook voor bedrijven is dit een interessante oplossing. Een Belgische onderneming zit vandaag in de laatste rechte lijn met praktijktesten. In het voorjaar van 2013 commercialiseert het de toepassing.
Een andere piste zijn de slimme energienetten. Dit is een elektriciteitsnet dat intelligent omspringt met de beschikbare elektriciteit. Maar het idee en de techniek staan vandaag nog in hun kinderschoenen. Onder meer Eandis, Smart Grid Flanders en Linear Grid onderzoeken hoe we onze infrastructuur kunnen of moeten aanpassen om dergelijke slimme energienetten gemeengoed te laten worden. Het idee is alleszins veelbelovend. Bedoeling is dat we in onze woning slimme elektriciteitsverbruikers hebben – denk daarbij aan de wasmachine, droogkast of warmtepomp – die zelf bepalen wanneer ze hun energie verbruiken. Voor een wasmachine maakt het niet uit wanneer die draait, als de was maar gedaan is voor een bepaald tijdstip. Voor een koelkast of diepvriezer ligt dat anders. De aangehaalde apparaten zijn slim in die zin dat ze de actuele elektriciteitsprijs kunnen ‘lezen’. Wanneer we enkel kijken naar het spel van vraag en aanbod, dan is elektriciteit 's morgens en 's avonds het duurst omdat dit de piekmomenten in het verbruik zijn. Overdag en 's nachts ligt de prijs dan weer lager omdat we dan aanzienlijk minder elektriciteit verbruiken. Op een warme zomerdag zou de prijs heel laag kunnen liggen omdat er dan massaal veel groene elektriciteit op het net wordt gezet. Een randvoorwaarde voor dit concept is dan wel dat we nieuwe elektriciteitstarieven krijgen: goedkoop tijdens de daluren en bij een hoge productie van groene elektriciteit en duurder op de piekmomenten of bij schaarste. Dit is niet ondenkbeeldig. In Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland beheert men de elektriciteitsnetten vandaag al op zo’n manier dat het elektriciteitstarief voor warmtepompen tijdens de daluren lager ligt dan op andere momenten. Bedoeling hiervan is eigenaars van warmtepompen te stimuleren dan hun warm water te produceren en op te slaan in hun buffervat.

Centrale stookplaatsen

Een voor ons vrij nieuwe manier van energieproductie zijn de centrale stookplaatsen. We kunnen ons wel beelden voor de geest halen van de warmwaterleidingen in de voormalige Oostbloklanden, maar bij ons zijn ze minder gezien. In Gent - aan de Ham –bijvoorbeeld, recupereert SPE wel de warmte die vrijkomt uit elektriciteitsproductie voor de verwarming van woningen en gebouwencomplexen. In Roeselare gebruikt de intercommunale Mirom de warmte uit zijn afvalverbrandingsoven voor stadsverwarming enerzijds en om serres te verwarmen anderzijds. In Aalst heeft Electrabel een WWK-centrale die warmte levert aan het stadsnet. Het gaat hierbij telkens om voorbeelden die warmte uit een proces recupereren. Maar het is ook mogelijk de warmte of elektriciteit specifiek voor een groep woningen te produceren vanuit een centrale stookplaats. We kennen vandaag al enkele technieken om energiezuinig warmte of elektriciteit te produceren, maar ze zijn nog te grootschalig om in onze particuliere woning toe te passen. Denk maar aan een warmtekrachtkoppeling of een biomassa-installatie (pellets of houtchips). Op plaatsen waar we dichter bij elkaar wonen, zoals in een appartementsgebouw, een woonwijk of een cluster woningen rond een sporthal is het wel zinvol zo’n techniek als warmtekrachtkoppeling in te zetten. Deze technieken kunnen ook gecombineerd worden met een zonneboiler, warmtepomp of pv-panelen om zo tot een mix te komen die op ieder moment op de goedkoopst mogelijke manier elektriciteit en warmte produceert.
De introductie van centrale stookplaatsen vraagt wel een bewustwording van de bouwsector. Van in het ontwerpproces dient de ontwerper immers al rekening te houden met dit concept.

Alles begint bij het gebouw

Hernieuwbare energie is vandaag nog duurder dan een klassieke centrale verwarming. Het komt er daarom op neer het benodigde vermogen van de installatie zo laag mogelijk te houden. Dat doe je in hoofdzaak via het gebouw: Isoleren en compact bouwen blijven de voornaamste uitgangspunten. Zo bespaar je niet alleen energie, de inzet van hernieuwbare energie wordt ook minder duur.
Wie nieuw bouwt, kiest daarom best voor een performant isolatiepakket. Durf verder gaan dan de wettelijke minimumeis. De bijkomende investering is beperkt, maar de winst ervan is op korte termijn al voelbaar in de portemonnee. Wie renoveert kan ook nog inzetten op isolatie: navullen van de spouw blijft financieel interessant voor wie het werk door een STS-gecertificeerd aannemer laat uitvoeren. Ook de producten en gebruikte technieken moeten voldoen aan deze technische specificaties. Het isoleren van de buitengevel blijft de beste optie aangezien je de isolatiewaarde nog verder kunt doordrijven. Naast de klassieke isolatie bestaan er ook kant-en-klare systemen die naast de isolatie ook de afwerking bieden. Meer informatie over isolatie en de mogelijke twee-in-een-systemen vind je in Paleizen 4 en 5 op Batibouw.
 
De sector kan nog sterk innoveren op het vlak van hernieuwbare energie en zo antwoorden bieden op het probleem van de energieopslag. Maar dat neemt niet weg dat hernieuwbare energie vandaag al een waardevolle en zinvolle manier is om in grote mate in de eigen energiebehoefte te voorzien. Durf dus inzetten op technieken als een warmtepomp, biomassa of zonnepanelen. Zowel op korte als op lange termijn ben je de winnaar wanneer je deze keuze doordacht maakt.

Mis de laatste bouwnieuwtjes niet!

Ontvang onze wekelijkse updates vol nuttige tips over bouwen en verbouwen.

Wens je deze folder te lezen? Vul dan eenmalig je email adres in