Wat is duurzaam bouwen

Beperk de vraag: isoleren en ventileren

Zuinig omspringen met energie doe je in de eerste plaats door goed te isoleren. Maar dit impliceert ook luchtdicht bouwen. Wie goed isoleert en luchtdicht bouwt, moet aandacht besteden aan de ventilatie om de luchtkwaliteit gezond te houden.
Uit deze tekening kunnen we heel wat leren:
  1. Het grootste verlies gebeurt door het dak. Ook in bestaande woningen loont een goede dakisolatie dus absoluut de moeite.
  2. Bij nieuwbouw vergeet je ook best de vloerisolatie niet. Ook al zie je ze niet meer als je huis afgewerkt is, ze is en blijft belangrijk
  3. Zeker als je grote ramen hebt, is het van belang een voldoende isolerend glas te gebruiken.

Isoleren

Vergelijk de isolatie van een huis met een warme trui in de winter. Een trui zorgt ervoor dat je eigen warmte 'binnen' blijft. Isoleren betekent dus dat je de transmissieverliezen moet verlagen.
Een trui vol gaten is niet meer warm: isolatie moet ononderbroken zijn. Wordt je trui nat, dan krijg je het koud. Isoleren gebeurt met droge, stilstaande lucht die gevangen zit in het isolatiemateriaal. Isolatiemateriaal mag niet nat worden. De ene trui is de andere niet. Sommige materialen isoleren beter dan andere. Dat wordt uitgedrukt in een Lambda-waarde. Als er een fikse wind staat, heb je deugd van een bijkomende anorak, hoe dun hij ook is. Luchtdichtheid is immers belangrijk. Daardoor vermijd je ongecontroleerde warmteverlies

Isolatie van muren en dak

Het isolatiemateriaal moet aansluiten tegen de binnenmuur. Meestal wordt een spouw voorzien zodat eventueel doordringend vocht kan afgevoerd worden. Een volledige spouwvulling is in sommige gevallen ook mogelijk. De opbouw van het dak speelt een belangrijke rol in het vermijden van tranmissieverliezen. Het onderdak houdt doorslaand vocht en stuifsneeuw tegen. De ruimte tussen de kepers kan volledig opgevuld worden met isolatie. De isolatie moet goed aansluiten tegen de constructie en tegen de naastliggende isolatie. Kieren en spleten horen hier niet thuis. Let ook op de juiste plaatsing van damp- en luchtschermen.

Isolerende beglazing

Glaspartijen zijn in de eerste plaats bedoeld om voldoende licht binnen te laten. Voor leefruimten stelt men als vuistregel dat de oppervlakte ongeveer 1/6 tot 1/5 van de vloeroppervlakte is. De jongste jaren zijn diverse soorten beglazing ontwikkeld die erg goed isoleren. Met dubbele beglazing kan je een U-waarde 1.1 bereiken. Voor nog lagere waarden moet je overgaan naar driedubbele beglazing. Ramen hebben ook het nadeel dat ze de zwakste schakel in de isolerende schil van het gebouw vormen. Zelfs door isolerende beglazing gaat nog meer energie verloren dan door een gewone wand. En in de zomermaanden kunnen grote raampartijen er de oorzaak

Pas op voor koudebruggen

Isolatie moet continu worden aangebracht en mag geen onderbrekingen vertonen. Dergelijke onderbreking noemen we een koudebrug.
Een koudebrug is een plaats in de isolatieschil waar de isolatie slechter is dan de omgevende wand. Via deze weg gaat dan ook meer energie verloren. Op de plaats van de koudebrug is de oppervlakte-temperatuur bovendien een pak lager, waardoor vocht uit de lucht er op kan condenseren en vocht-problemen veroorzaken. Ventilatie van het gebouw is daarentegen wel noodzakelijk. Met ventileren bedoelen we het afvoeren van vervuilde lucht: zweetlucht, kooklucht, dierengeurtjes, sigarettenrook,...

Gecontroleerd ventileren

Sinds de EPB-regelgeving is ventileren verplicht. Met ventileren bedoelen we het afvoeren van vervuilde lucht en het aanvoeren van verse lucht. De eerste functie van ventileren is dus zorgen voor een degelijke luchtkwaliteit.
Er wordt wel eens beweerd dat luchtdichte gebouwen ongezond zouden zijn. Het gaat hier echter duidelijk om een misvatting, want vanuit energetisch oogpunt moeten gebouwen luchtdicht zijn. Dat betekent dat tocht, ongecontroleerde warmteverliezen en ongecontroleerde ventilatiesystemen (kortsluitstromen) vermeden moeten worden. Het bestaan van deze kortsluitstromen
kan tegenwoordig gemeten worden. Wanneer dat gebeurt voor de afwerkfase, kunnen foutjes nog bijgestuurd worden.
We moeten dus de juiste hoeveelheid lucht vervangen en daarbij zo weinig mogelijk energie verliezen. Als we te veel lucht vervangen, krijgen we energieverlies. Als we te weinig ventileren, krijgen we problemen met de luchtkwaliteit.

Ventilatie bestaat uit toevoer én afvoer van lucht. Zowel de toevoer als de afvoer kan natuurlijk of mechanisch geregeld worden. De natuurlijke aanvoer gebeurt via roosters in ramen en deuren. De
natuurlijke afvoer gebeurt bijvoorbeeld via ventilatiekanalen. Bij een mechanische balansventilatie verdeelt een centrale ventilator de lucht via een buizensysteem. In de ventilator zit een systeem dat de warmte recupereert. De warme, uitgaande lucht warmt de binnenkomende lucht op. Zo wordt tot 90% en meer van de warmte gerecupereerd.
Het systeem vereist luchtdichte kanalen en een luchtdicht gebouw. Het installeren moet gebeuren door de vakman.
 

Mis de laatste bouwnieuwtjes niet!

Ontvang onze wekelijkse updates vol nuttige tips over bouwen en verbouwen.

Wens je deze folder te lezen? Vul dan eenmalig je email adres in