Verkopen, lijfrente of opeethypotheek?

Gewijzigd op 23/04/2012 door Kelly Cuypers

Er bestaan verschillende manieren voor senioren om hun inkomsten aan te dikken wanneer ze bereid zijn hun huis af te staan. Mark Van de Woestijne zet enkele mogelijkheden op een rijtje.
Crème
© Vandersanden steenfabrieken
Zwart Mangaan
© Vandersanden steenfabrieken
Java
© Vandersanden steenfabrieken
Oud Brabant
© Vandersanden steenfabrieken
Bestaan de gedroomde oplossingen voor de “rijke arme”, namelijk de oudere persoon, die wel eigendom(men) bezit, maar die moeten leven van een gering maandelijks inkomen (pensioen)?
Wie bereid is zijn huis af te staan heeft wel enkele mogelijkheden om zijn inkomsten wat aan te dikken.
Vroeger waren het vooral kinderloze ouderen, die daar gebruik van maakten. Meer en meer beseffen ook de kinderen dat hun ouders recht hebben op een comfortabeler leven in ruil voor hun eigendom.
Mark Van de Woestijne zet enkele mogelijkheden op een rijtje.

Verkopen

Vooreerst kan je natuurlijk je eigendom gewoon verkopen. Meestal zal de koper het goed zelf wensen te bewonen, zodat de verkoper verder op de huurmarkt is aangewezen.
De verkoper zal er wel rekening moeten mee houden dat hij nu wel over een eigen kapitaal beschikt, maar dat dit voldoende moet zijn om hem toe te staan levenslang een bijkomend inkomen te verschaffen, maar ook om de huur te betalen.

Eventueel kan je enkel de naakte eigendom verkopen en zelf het vruchtgebruik houden. Het wordt dan moeilijker een koper te vinden, die geld moet investeren zonder zelf gebruik van de woning te kunnen maken of zonder er een huurprijs voor te ontvangen.
Het risico bij gewone verkoop is dat het leven van (één van) de verkopers langer duurt dan zijn geld.

Verkopen op lijfrente

Bij verkoop op lijfrente wordt meestal de naakte eigendom verkocht en behoud je als verkoper het (levenslang) vruchtgebruik. De koper verbindt zich ertoe je maandelijks een vaste som (rente) te betalen tot aan je (jullie) overlijden, in plaats van de onmiddellijke en volledige betaling van het onroerend goed.
Je verzekert je op die wijze een levenslang vast, maandelijks inkomen en weet hierdoor precies hoeveel geld je maandelijks mag opgebruiken zonder het risico te lopen dat je leven langer duurt dan je geld.

Daarmee is meteen een zwaar renteniersprobleem opgelost, vermits je zeker bent van een vast inkomen, hoe lang je ook leeft…
Dat risico wordt doorgeschoven naar de koper van het onroerend goed, daar hij niet kan weten hoeveel hij in totaal zal moeten betalen, vermits niemand kan voorzien hoelang de verkoper van zijn leven en rente zal genieten. Hij moet de aankoop op lijfrente beschouwen als een lange termijn belegging met optie op belangrijke meerwaarden bij vroegtijdig overlijden van de verkoper.
De juiste evaluatie van deze belegging kan pas na afloop gemaakt worden.
Veelal wordt een lijfrente gevestigd op het hoofd (lijf) van een persoon, bijvoorbeeld een alleenstaande.

Niets belet meerdere personen - in de praktijk doorgaans gehuwden of onverdeelde eigenaars - samen "het lijf" te vormen waarop de rente gevestigd wordt. Dan zal duidelijk moeten omschreven worden, wat met de rente gebeurt, na het overlijden van een van hen. De rente kan wegvallen, volledig of gedeeltelijk overgedragen worden op de overlevende(n).

Opeethypotheek

In België kan het nog niet, zolang de hypotheekwet niet gewijzigd wordt, maar de overheid voelt er wel voor de omgekeerde hypotheek - zoals die in Nederland bestaat - ook opeethypotheek genoemd, ook bij ons toe te laten.
Het principe van de omgekeerde hypotheek is dat de particulier van de bank een som geld krijgt met als onderpand zijn eigen huis of een deel ervan. Hij zal pas het ontleende bedrag, vermeerderd met de rente moeten terugbetalen bij overlijden of bij verhuis naar een rusthuis.
Het risico is niet denkbeeldig dat iemand het gekregen kapitaal volledig heeft opgebruikt voor zijn overlijden en dat de woning dan door de bank verkocht wordt, waardoor hij dan financieel in de problemen komt. Het risico dat de erfgenamen voor het tekort zouden moeten opdraaien is niet denkbeeldig.

Momenteel heeft 75% van de Belgen een eigen woning.
Nu het probleem van de vergrijzing zich meer en meer gaat stellen, kunnen zij toch gerust zijn dat zij beschikken over een appeltje voor de dorst.

Mark VAN DE WOESTIJNE – april 2007 – voor Habitos.be