Isolatiedokter: een kijkje in de isolatie

Gewijzigd op 7/05/2014 door TiM Vanhove

In zijn vorige bijdrage stond architect Bruno Deraedt al stil bij de belangrijkste eigenschappen van isolatie zoals warmteweerstand en warmteopslagcapaciteit. Niettemin zijn er nog een aantal eigenschappen die een invloed kunnen hebben op de juiste keuze van isolatiemateriaal.

Onze isolatiespecialisten

Isover
© Isover
PUR spuiten
© Bofa
Noten
Noten
© Noten
Isotec
© Isotec

Gewicht

Isolatie werkt op basis van ingesloten luchtdeeltjes. Hoe meer er zijn, en hoe beter ingesloten des te meer de isolatiewerking. Je zal daarom ook direct bemerken dat isolatiematerialen licht zijn. Algemeen kan je zeggen dat hoe lichter ze zijn, ze dan normaal ook meer holle ruimtes hebben, en dus des te beter ze isoleren. Het gewicht of dichtheid wordt uitgedrukt in kilogram per kubieke meter (kg/m³).

Drukvastheid

Deze eigenschap is vooral van belang bij de keuze van het type in functie van zijn taak. Dient de isolatieplaat stijf te zijn omdat ze zich zelf dient recht te houden bijvoorbeeld in een spouwmuur? Of plaats je de isolatie onder je fundering en moet ze de krachten van je huis kunnen weerstaan? Of plaats je een isolerende steen onder je muur? Of vul je holtes op met isolatie?
Bij deze vraagstukken zal je een beroep doen op de drukvastheid van het materiaal. Deze wordt bepaald door de dichtheid van het materiaal. Indien het uit vezels gemaakt is, zal ook de grootte en de richting van de verschillende vezels een rol spelen.
Je zal in de literatuur normaal deze drukvastheid altijd terugvinden als de druk die nodig is om het materiaal 10% van zijn dikte in te duwen.
Voor vloerisolatie onder een chape is het beste een drukspanning van min 200 kPa te hebben. Bij het inblazen van cellulose vezels worden drukken van rond de 50 kPa bereikt, zodat nadien de isolatie niet de neiging heeft in te zakken onder zijn eigen gewicht.
De hoogste drukspanningen in isolatiematerialen kan je vinden in platen van cellenglas.

Brandweerstand

Het algemeen principe bij brandpreventie is dat een gebouw er dient voor te zorgen dat de brand en rookontwikkeling onder controle gehouden worden om daarbij het leven en de gezondheid van mensen zoveel als mogelijk vrijwaren.
Bij isolatiematerialen dient rekening gehouden te worden met zijn brandbelasting (hoeveelheid brandbaar materiaal), de brandoverdracht, de rookontwikkeling en het druppen van brandend materiaal. Vooral deze laatste 2 houden grote gevaren in voor de mens. Een groot aantal van de isolatiematerialen heeft een chemische samenstelling. De rookontwikkeling bevat dikwijls giftige stoffen zoals koolmonoxides, PAK’s, dioxines, … Ook het afdruppen kan een gevaar zijn, vooral bij isolaties in plafonds of daken.
Andere isolaties, zoals minerale wol, staan dan weer gekend om hun brandremmend gedrag en worden dikwijls in samenstelling met gipskartonplaten gebruikt als brandwerend materiaal.

Damopenheid

Waterdamp is altijd aanwezig in de poriën van materialen, ook zo in isolatiematerialen. Waterdamp kan zich doorheen de celstructuur bewegen. De mate waarin waterdamp doorheen de structuur beweegt, wordt uitgedrukt door de diffusieweerstand. Hoe groter het getal, hoe minder waterdamp er doorheen het materiaal gaat en dus des te groter de dampdichtheid.
Algemeen zijn isolatiematerialen op basis van vezels veel dampopener, terwijl geschuimde isolatiematerialen eerder dampdicht zijn. Dit laatste speelt in bepaalde constructies minder een rol. Evenwel zal je indien je bio-ecologisch wenst te bouwen, gaan streven naar dampopener materiaal.

Wateropname

Principieel is het niet goed dat er water in isolatie opgenomen wordt aangezien de isolatiewaarde dan zeer sterk afneemt. Het vocht kan op een aantal manieren in de isolatie komen:

  • In spouwmuren kan water dat langs de achterzijde van de steen stroomt aan het isolatieoppervlak komen. Een groot aantal isolatiematerialen kan aan dit water weerstaan doordat ze niet hygroscopisch zijn of er bij productie een hydrofobe laag werd aangebracht.
  • Natuurlijk kan er ook water indringen via bouwschade (lekken in daken bvb). Dit zal te allen tijde beperkt worden.
  • Tenslotte kan ook vocht in de constructie ontstaan door condensatie. Bij damopen materiaal kan de waterdamp naar buiten. Indien ze dan een dampdichte en koude laag tegenkomt ontstaat op die plaats condensatie. Indien dit optreed kan de impact enorm zijn.

Om dit condensatiegevaar of één van de bovenstaande problemen te vermijden, wordt gewerkt met nog een aantal bijkomende lagen:

  • aan de binnenzijde een luchtdichting
  • aan de buitenzijde een winddichting

Later in deze isolatiereeks komen we daar nog uitvoerig op terug.

Materiaal
Dichtheid
(kg/m³)
Drukspanning
bij 10% indrukking (kPa)
Dampdifussie µ
Calciumsilikaatschuim 115-300 - 3-20
Cellenglas (schuimglas) 115-220 500-1700
Cellulose (papiervlokken) 30-80 2,5 1-2
Fenolharsschuim 40 120 60
Hennep 20-68 - 1-2
Houtvezels 30-50 40-50 5
  50-300 50-200 6-10
Houtwolcementplaten 350-600 150-200 2-5
Kleikorrels (geëxpandeerd) 100-220 100-200 5-10
Kokosvezels 70-120 - 1-2
Kurk (geëxpandeerd) 100-220 100-200 5-10
Minerale wol 20-200 15-80 1-2
Polyethyleenschuim 50-110 - 7000
Polystyreen (geëxpandeerd EPS) 15-30 60-200 20-100
Polystyreen (geëxtrudeerd XPS) 25-45 150-700 80-200
Polyurethaanschuim 30-100 100-500 30-200
Resolschuim 35-40 - -
vacuüm isolatiepaneel 150-300 45-120
Vermiculiet (geëxpandeerd) 70-160 100-450 3-4
Vlas 20-80 - 1-2

Bronnen: Dämmstoffe, Detail Praxis; websites van verschillende leveranciers; Vibe

Auteur: Bruno Deraedt - IADB – Ingenieurs & Architecten voor Duurzaam Bouwen - augsutus 2010

Folders over isoleren

Meer informatie op de website van deze bedrijven