Hoe isoleer ik mijn zolder correct?

Gewijzigd op 1/01/1900

Glaswol isolatie
Met glaswol kun je een hellend dak isoleren.
© Isover
Plaatsing
© Unidek
Spijkerflensdeken
© Rockwool
Powerroof - dakisolatie
Powerroof dakisolatie
© Recticel Insulation
Dampscherm
Perforeer het dampscherm nooit
© Isover
Isotec
© Isotec
Warm Squeeze
Warm Squeeze isolatie
© Unidek
Deltaplaat
© Rockwool
Powerroof dakisolatie
Powerroof dakisolatie
© Recticel Insulation

Het dak isoleren is vandaag veruit de meest toegepaste energiebesparende maatregel die in een bestaande woning wordt genomen. Allemaal goed en wel, maar wanneer je echt wilt besparen moet het isolatiewerk ook correct zijn uitgevoerd. Lees snel de belangrijkste aandachtspunten wanneer je zelf aan de klus wilt beginnen.


Alvorens aan de slag te gaan met isolatiemateriaal, bepaal je best het beschermd volume van de woning – dat deel van de woning dat verwarmd moet worden. Het wordt immers bepaald door de plaats van de isolatie. Hoe kleiner het beschermd volume in verhouding tot de totale buitenoppervlakte (gebouwschil), des te meer energie je zal besparen. Wanneer de zolder nauwelijks wordt gebruikt, is het dus zinloos deze te verwarmen.


Zoldervloer isoleren…

Wanneer je de zolderruimte niet of enkel als bergruimte gebruikt, volstaat het enkel de vloer te isoleren. In het geval van een massieve, betonnen vloer kan de isolatie gewoon op de ongebruikte vloer worden gelegd. Een betonnen vloer is op zich al voldoende lucht- en dampdicht, het is dus bij het gebruik van minerale wollen niet nodig eerst nog een lucht- en dampscherm onder de isolatie te plaatsen. Een aanrader is wel om eventuele leidingen die over de betonnen vloer lopen voor het isoleren uit te vullen, zeker bij het gebruik van plaatmateriaal. Bij het gebruik van minerale wollen, wordt het materiaal dankzij een uitvulling niet onnodig samengedrukt ter hoogte van de leidingen.


Geschrankte plaatsing

Om een goed isolatiescherm te krijgen, is het verder zinvol de gewenste dikte in twee lagen te plaatsen en deze kruislings over elkaar te leggen. Zo beperk je het aantal kieren tussen de verschillende isolatiestroken tot een absoluut minimum.
Wil je de zolder of een deel ervan nog als bergruimte gebruiken, dan plaats je de isolatie hier best tussen een houten raamwerk dat op de betonnen vloer wordt geplaatst. Achteraf kan op dit balkenwerk nog een loopvloer - bijvoorbeeld uit OSB- of vezelplaten - worden geplaatst.
Bestaat de zoldervloer enkel uit een houten raamwerk, dan kan de isolatie tussen dit raamwerk worden geplaatst. In deze situatie moet bij het gebruik van minerale wol absoluut een lucht- en dampscherm worden aangebracht. Dit scherm komt onder de isolatie te liggen, zodat het de lucht blokkeert die uit de woonruimten opstijgt. Wanneer de zolder nog belopen zal worden, wordt ook best een loopvloer over de isolatie aangebracht.


… of dakvlakken isoleren?

Heb je plannen om de zolder – nu of later – als woonruimte te benutten, dan isoleer je best de hellende vlakken zelf. Dit ligt heel wat complexer dan het louter isoleren van de zoldervloer. Het isoleren van een hellend dak kan op verschillende manieren gebeuren. De uiteindelijke keuze is afhankelijk van het materiaal waarmee je wilt isoleren en van de bestaande situatie. De materiaalkeuze wordt mee bepaald door het feit of je langs de binnen- of buitenzijde wilt isoleren. Die laatste optie is zeker het overwegen waard wanneer de dakbedekking aan vernieuwing toe is of wanneer een onderdak ontbreekt. Het dakgebinte kan dan op verschillende manieren worden afgewerkt. Bijvoorbeeld met sandwichpanelen, die zowel de structuur, isolatie als de binnenafwerking omvatten. Er moet enkel nog een dakbedekking op worden geplaatst. Daarnaast bestaan er ook isolatieplaten die op de dakstructuur worden geplaatst en waarop je vervolgens de dakbedekking kan aanbrengen. Aan de binnenzijde moet je dan wel nog voor de volledige afwerking zorgen. De ene fabrikant gaat in zijn systeem al verder dan de andere. Je hebt keuze van louter de isolatiepanelen tot panelen met daarop al tengel- en panlatten voorzien. Het isoleren van het dak aan de buitenzijde wordt ook wel het sarkingdak-principe genoemd. De voorziene isolatiedikte bij deze techniek is soms beperkt aangezien de opbouw aan de buitenzijde vergroot. Dit kan mogelijk aansluitingsproblemen geven met andere gevelvlakken. Een aandachtspunt is het feit dat het dak helemaal opengelegd moet worden. Zeker wanneer de woning bewoond is en blijft tijdens de werken is dit een delicaat gegeven. Overdenk de werken in zulke gevallen goed, zodat de woning bij plotse regenval droog gehouden kan worden. Dit kan bijvoorbeeld door het bestaande dak in zones af te breken en onmiddellijk opnieuw een onderdak, isolatie of sandwichpanelen te plaatsen of door met zeilen te werken.


Inside job

Isoleren langs de binnenzijde van het dak is wat dat betreft volledig weersonafhankelijk. Cruciaal om na te kijken wanneer je voor isolatie langs de binnenzijde kiest, is de aanwezigheid van een onderdak. Dit onderdak zorgt voor de wind- en waterdichtheid van de binnenruimte. Wanneer het onderdak ontbreekt, moet er absoluut eerst een worden geplaatst voordat aan isoleren kan worden gedacht.
Een ander veelvoorkomend probleem bij bestaande daken is dat de dakconstructie in de meeste oude woningen bestaat uit gordingen met daarop kepers van circa 6 cm. Enkel deze ruimte invullen met isolatie biedt maar een beperkt rendement. Idealiter streef je best naar een dikte van minstens 12 à 15 cm. Deze dikte is overigens ook nodig wanneer je in aanmerking wilt komen voor subsidies.
Het spreekt voor zich dat je - om aan deze dikte te komen – extra houten kepers moet aanbrengen om de isolatie vast te kunnen plaatsen. Dit kan door dwars op het bestaande keperwerk nieuwe kepers aan te brengen. Op deze manier vormen ze geen koudebrug, aangezien voor elk stuk keper isolatie komt.


Isolatiemateriaal kiezen

Het meest eenvoudige isolatiemateriaal bij een bestaand dak is een minerale wol zoals glaswol of rotswol. Beide materialen hebben vergelijkbare isolerende prestaties, het maakt wat dat betreft dus weinig verschil wat je kiest. Binnen deze minerale oplossingen zijn er nog twee groepen: zogenaamde spijkerflensdekens of platen. De flensdekens zijn het meest geschikt voor eenvoudige daken met gelijkmatige keperafstanden en weinig doorbrekingen. De flensdekens zijn ook al voorzien van een lucht- en dampscherm in de vorm van een aluminium folie. Het isolatiemateriaal zit als het ware verpakt tussen de aluminiumfolie en papier. De zijde met de aluminiumfolie wordt aan de binnenzijde geplaatst. De isolatie wordt op zijn plaats gehouden door de flenzen aan de randen vast te nieten aan de onderzijde van de kepers. Maak niet de fout om de flenzen aan de zijkanten van de kepers te nieten. De naden tussen de verschillende isolatiebanen worden achteraf afgetaped met een aangepaste tape.
Bij complexe daken of wanneer de afstand tussen de kepers niet gelijkmatig is verdeeld, opteer je best voor de isolatieplaten. Deze worden ook op rol geleverd, maar bij het openen ontrollen ze zichzelf tot een deken of plaat die heel eenvoudig op de juiste maat versneden kan worden. De isolatie wordt tussen de kepers geplaatst en krijgt nadien nog een afwerking met een lucht- en dampscherm. Ook hier is het belangrijk de naden in dit scherm en de aansluitingen met andere gebouwdelen goed af te kleven.


Ventilatie of niet?

In de bouwwereld circuleert nog altijd de foute opvatting dat de ruimte tussen het onderdak en de isolatie met buitenlucht geventileerd moeten worden om de constructie droog te houden. Niets is minder waar. Uit onderzoeken blijkt al meer dan 20 jaar dat bij dakventilatie een onderkoelingscondensatie kan optreden. Dit vocht heeft negatieve gevolgen voor de prestaties van de isolatie. De enige correcte manier van werken is dan ook een volledige opvulling van de ruimte tussen de kepers tot tegen het onderdak.



Lees meer:
- Lucht- en dampscherm
 

Onze isolatiespecialisten

Folders over isoleren

Meer informatie op de website van deze bedrijven