Belg investeert meer in vastgoed met eigen middelen

Gewijzigd op 5/02/2014 door TiM Vanhove

De gemiddelde investeringsbedragen voor vastgoed zitten in stijgende lijn. Opmerkelijk daarbij is dat de investeerder die investering voor een deel met eigen middelen financiert. Vandaag financiert een op twee kredietnemers meer dan 20% van zijn project met eigen middelen. Een en ander blijkt uit een analyse van de kredietgegevens door KBC.
Kijkwoning in beeld
© Thuis Best
Zowel op korte als op langere termijn stelt KBC een verschuiving vast in de leeftijd van de kredietnemers op het ogenblik dat ze het krediet afsluiten: het aandeel verstrekte kredieten aan jongvolwassenen (< 30 jaar) daalt voornamelijk ten voordele van de leeftijdscategorie ouder dan 40 jaar. Terwijl in 2008 de laatste groep nog verantwoordelijk was voor 40% van de toegestane woningkredieten, liep dat in 2013 op tot bijna een op de twee woningkredieten.
Daarnaast is er ook een toename in het aandeel woningkredieten met één kredietnemer: in 2008 werd één op de vier kredieten afgesloten door een enkele kredietnemer. In 2013 was dat bij één op de drie kredieten het geval.
Sleutel-op-de-deur woning in Bilzen
© Blavier

Eigen middelen

KBC ziet geleidelijk aan een verschuiving van investeringsbedragen tussen 100 000 euro en 250 000 euro naar investeringsbedragen hoger dan 250 000 euro. Het aandeel van de kredieten met kleinere investeringsbedragen (< 100 000 euro) is nagenoeg constant gebleven.
De verhoging van het investeringsbedrag komt niet tot uiting in de evolutie van het kredietbedrag. Sinds vorig jaar stelt bank vast dat het aandeel van de kredieten met een kredietbedrag groter dan 200 000 euro daalt.
De toename van het investeringsbedrag en de afname van het kredietbedrag gaan gepaard met een sterke toename van de procentuele eigen inbreng van de kredietnemer(s) in zijn (hun) project:  het aandeel van de cliënten die meer dan 20% van het project met eigen middelen financieren is sinds 2012 gestegen met 7%. Vandaag financiert een op de twee kredietnemers meer dan 20% van zijn project met eigen spaargeld.
BIK renovatie
© Groep Huyzentruyt

Looptijden

De daling van de looptijd van de nieuwe woningkredieten, die KBC al enkele jaren vaststelt, zet zich door. Terwijl in 2008 19% van de toegestane woningkredieten een looptijd had van meer dan 25 jaar, daalde dat in 2012 sterk tot 9% en nam in 2013 verder af tot maar 1% van de nieuwe productie.  ie daling komt voornamelijk de looptijdklasse van 11 tot 15 jaar ten goede. In vijf jaar tijd is de looptijdklasse met 14% gestegen.

Verhuren

Opvallend is ook dat het aandeel cliënten dat in 2013 een bijkomend woningkrediet afsloot, steeg met 9% in vergelijking met 2008. Het waren voornamelijk kredietaanvragen waarmee ze bijkomende woningen en appartementen verwierven met als doel het nieuw verworven onroerend goed te verhuren. Dat betekent dat er een verschuiving is in de productie woningkredieten van cliënten die een krediet aangaan voor een eerste woning ten voordele van cliënten die een bijkomende woning of een beleggingspand willen verwerven. Het aanhoudende klimaat van lage marktrentes heeft zeker een invloed op de tendens om onroerend goed aan te kopen als investering.
Museum Peerke Donders - Robusta HW097Z
© Vandersanden steenfabrieken
Agora Titaangrijs Antraciet
© Wienerberger

Vast of variabel?

De huidige lage rentestand biedt zeker voor cliënten die voor absolute zekerheid kiezen, een mooi vast tarief. Bijna 60% van de KBC-cliënten kiest voor die zekerheid.
Ongeveer 30% van de cliënten kiest voor de voordelen van een variabele rentevoet. Bij een variabele rentevoet is er immers een kans dat de totale kredietlasten over de gehele looptijd lager zijn dan bij de vaste rentevoet. Bovendien genieten KBC-cliënten de gratis opties om op de renteherzieningsdatum het krediet flexibel aan te passen afhankelijk van hun gewijzigde persoonlijke situatie (bijvoorbeeld looptijd inkorten/verlengen). Uiteraard moet er voldoende budgettaire ruimte zijn om ook het meest pessimistische scenario op te vangen. Daardoor is die formule ook populair bij kredietnemers die in vastgoed beleggen.
Daarnaast adviseert KBC zijn cliënten over de voordelen van een combinatie van een vaste en variabele rentevoet. Net zoals bij een belegging is het immers bij een woningkrediet zinvol om je eieren niet allemaal in dezelfde mand te leggen en het beste van beide werelden te combineren: enerzijds bouwt de cliënt met de vaste rentevoet een stuk zekerheid in, anderzijds blijft de nodige flexibiliteit om het krediet aan te passen aanwezig dankzij de variabele rentevoet. 21% van de ‘eerste woning’-cliënten bij KBC kiest voor de voordelen van de combinatie.
 
De analyse geeft eveneens een belangrijke markttendens weer. Voor jongere kredietnemers is het vandaag in vergelijking met vroeger moeilijker een woningkrediet aan te gaan. Een belangrijk criterium daarbij is het vereiste percentage eigen inbreng in het investeringsproject. Jonge mensen moeten immers over de nodige roerende middelen beschikken alvorens een krediet aan te gaan. Het element ‘eigen inbreng’ is  terug een gegeven bij het kredietdossier. Op vraag van de NBB kregen de financiële instellingen namelijk striktere regels opgelegd voor het indekken van risico’s.