Het belang van een goed lichtplan

Gewijzigd op 29/06/2012 door Daan Slingers

De tijd van de traditionele luster als enige lichtpunt in het midden van de kamer ligt lang achter ons. De nieuwe woonconcepten eisen een heel andere aanpak. Een geslaagd lichtplan houdt rekening met de esthetiek, de economie, de ergonomie en ecologie. De 4 E’s toegelicht.
Lichtstudie
© Delta Light
Lichtstudie
© Delta Light
Lichtstudie
© Delta Light
Lichtstudie
© Delta Light
Nieuwe woningen beschikken vandaag over minder, maar grotere kamers. Ruimtes lopen ook meer in elkaar door en het aantal deuren vermindert. We vinden ook steevast grote raampartijen aan de achterzijde van moderne woningen om mee daglicht binnen te halen. Bovendien zijn er heel wat functieverschuivingen: de woonkamer is overdag bureau en ’s avonds ontspanningsruimte. De keuken gaat vaak onmerkbaar over in de woonkamer en wordt hoe langer hoe meer de centrale ontmoetingsplaats in de woning.

Al die veranderingen in onze manier van wonen, stellen ook nieuwe eisen aan de verlichting. Een goed lichtplan dat op een schematische manier aangeeft waar lichtpunten en schakelaars zitten is meer dan ooit een must. Studies tonen immers aan dat bouwers vaak in een te late fase aan verlichting denken. Wellicht om financiële redenen, maar eens de lichtpunten zijn voorzien, kan de aankoop van de armaturen later gefaseerd gebeuren. Een goed lichtplan voorkomt zo onnodige en dure kap- en breekwerken.

Esthetiek

Het aanbod verlichtingsarmaturen is vandaag enorm. Maar voor een mooie uitlichting moet je ook rekening houden met een ritmische positionering, het lichteffect, de kleurweergave en de kleurtemperatuur. In een lichtplan worden al deze functionele en decoratieve aspecten van verlichting in kaart gebracht.

De wisselwerking tussen wand-, plafond- en vloerarmaturen garandeert daarbij altijd de juiste ‘lichtsfeer’ of functionaliteit: algemeen, oriënterend of sfeerscheppend.

Economie

Verlichtingn is ook een zaak van de portemonnee. Een efficiënte, weloverwogen keuze en plaatsing van de verlichting kan het kostenplaatje positief beïnvloeden. Aandacht voor zuinige lichtbronnen zoals leds en fluorescentielampen bespaart heel wat in verbruik.
Ook dimmers worden nog veel te vaak vergeten. Een minimum aan lichtregelsystemen en dimbare toestellen horen thuis in een lichtplan, zoals thermostaten bij de verwarming. Een verwarmingsinstallatie brandt toch ook niet altijd op 100%?

Ergonomie

Ook het oog wil comfort. Verlichting mag niet verblinden, een storende schaduw werpen of te sterke contrasten veroorzaken. Verlichtingsarmaturen mogen evenmin in de weg hangen en moeten veilig zijn opgesteld. Een ander aspect is de installatie. Is een kapotte lamp gemakkelijk te vervangen? Bij hoge, moeilijk bereikbare plafonds kan het bijvoorbeeld interessant zijn om fluorescentielampen te gebruiken. Gezien de lange levensduur moeten die immers zelden worden vervangen.

Ecologie

Het lichtplan houdt rekening met de lichtbron. In ruimtes waar het licht lang blijft branden, is het aan te raden om energiezuinige lampen te gebruiken zoals de led en de fluorescentielamp. Fluorescentielampen – waaronder de spaarlamp – zijn veel zuiniger dan halogeenlampen. Ledjes veroorzaken dan weer minder afval. Ook al omdat ze een leven lang meegaan.

Met dank aan: Delta Light