Revolutionaire aanpak voor bouw- en sloopafval

Gewijzigd op 15/10/2013 door Gretel Kerkhofs

Voor elke Vlaming komt jaarlijks bijna twee ton bouw- en sloopafval vrij. Voor dit afval treedt voortaan een volledig nieuwe aanpak in voege die in de sector de ‘wieg-tot-wieg’-filosofie (van cradle-to-cradle) zal veralgemenen.

Het afval wordt voortaan aan de wieg aangepakt - dit wil zeggen dat bij het slopen en ontmantelen van gebouwen - en vanaf dan nauwgezet opgevolgd tot er weer een nieuw bouwproduct uit voorkomt. VCB, SITA en OVAM starten hieromtrent een communicatiecampagne met als vertrekpunt de afvalstoffeninventaris die opdrachtgevers van sloop- en ontmantelingswerken voortaan moeten opmaken.

Bouwafval is belangrijkste afval

Jaarlijks komt in Vlaanderen ongeveer 12 miljoen ton bouw- en sloopafval vrij, voornamelijk ten gevolge van sloop- en ontmantelingswerken. Ter vergelijking: het huishoudelijk afval dat alle Vlamingen jaarlijks samen voortbrengen, bedraagt niet meer dan drie miljoen ton. Het bouw- en sloopafval is dus veruit de belangrijkste afvalstroom in Vlaanderen. Ongeveer 0,5% van het bouw- en sloopafval is gevaarlijk. Dat lijkt weinig maar per jaar gaat het toch om een aanzienlijk volume van circa 50.000 ton. Vermenging van gevaarlijke afvalstoffen met niet gevaarlijke is absoluut verboden en kan bovendien zware financiële gevolgen hebben.

Verplichte afvalstoffeninventaris

Er bestaat intussen een instrument om de vermenging van afvalstoffen te verkomen: de opmaak van een inventaris van al de afvalstoffen die bij het slopen of ontmantelen van een gebouw vrijkomen. De sector en de OVAM (Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij) bereikten een consensus over een standaarddocument. Bovendien verplicht het VLAREA (Vlaams reglement op afvalvoorkoming- en beheer) vanaf 1 mei van dit jaar de opdrachtgever van sloop- en ontmantelingswerken van dit instrument gebruik te maken, met name voor bedrijfsgebouwen die geheel of gedeeltelijk een andere functie dan het wonen hadden en een bouwvolume van meer dan 1 000 m³ omvatten.

Voor deze gebouwen moet de opdrachtgever zowel de gevaarlijke als de niet gevaarlijke afvalstoffen oplijsten. Per afvalstof moet hij de vermoedelijke hoeveelheden in m³ en in ton aangeven, de plaats binnen het gebouw waar de afvalstof voorkomt, en de verschijningsvorm. De herkenning van gevaarlijke afvalstoffen is niet altijd evident. De inventaris moet voorkomen dat zij bij de sloop of ontmanteling over het hoofd worden gezien.

De inventaris moet vóór de toewijzing van de sloop- of ontmantelingswerken worden opgesteld. Zo wordt de aannemer die de werken uitvoert, verplicht er rekening mee te houden. Hij zal nadien ook alle bewijsstukken van de legale verwerking aan de opdrachtgever moeten overmaken. Het VLAREA voorziet ook in een opvolging van de afvalstromen door de exploitanten van de breekinstallaties.

Voordelen van een afvalstoffeninventaris

De afvalstoffeninventaris zal ervoor zorgen dat er geen gevaarlijke afvalstoffen meer in het bouw- en sloopafval terecht komen en vooral dat voortaan asbest het bouw- en sloopafval niet meer kan vervuilen.

De aannemer van sloop- en ontmantelingswerken zal de kosten van deze werken ook correcter kunnen inschatten. De kosten zullen beheersbaar worden. Als de opdrachtgever de inventaris ernstig laat uitvoeren, zijn verrassingen uitgesloten. De sloopwerken zullen veiliger verlopen, zowel voor de werknemers als voor de omwonenden. Omdat alle afvalstoffen aan de bron gekend zijn, wordt illegaal storten de pas afgesneden. De beroepsvereniging van de sloop- en ontmantelingsbedrijven CASO is altijd voorstander van zo’n inventaris geweest.

De afvalstoffeninventaris biedt als bijkomend voordeel dat de bouwsector voor haar afvalstoffen een volledig ketenbeheersysteem kan opzetten: vanaf de afbraak en ontmanteling van gebouwen over enerzijds de mobiele en vaste breekinstallaties en anderzijds de sorteerinstallaties en uiteindelijk tot het hergebruik van de afvalstoffen als bouwstof. Het is de bedoeling nu effectief zo’n ketenbeheersysteem tot stand te brengen.

Vlaanderen recyclagekampioen

Voor dit ketenbeheersysteem begint Vlaanderen niet van nul. Vlaanderen beschikt intussen al over een 200-tal gecertificeerde breekinstallaties. De verwerking van het bouw- en sloopafval verloopt er onder strikt gecontroleerde omstandigheden. In Vlaanderen bestaan ook een aantal sorteercentra, zoals onder andere het centrum dat SITA eind 2008 in Tienen opende en dat dankzij de meest vernieuwende en best beschikbare zeef-, blaas- en schudtechnieken alle bouw- en sloopafval volledig en perfect kan scheiden.

Nu al is de Vlaamse bouw op Europees vlak kampioen voor de recyclage van bouw- en sloopafval. Op dit ogenblik wordt in Vlaanderen ongeveer 90% van het bouw- en sloopafval gerecycleerd. Dit hoge percentage werd bereikt door een combinatie van ingrepen:

• wetgevende initiatieven (waaronder het VLAREA);
• een gezamenlijke sturing door overheid en sector (via twee uitvoeringsplannen, een eerste in 1995 en een tweede in 2007);
• verhoogde heffingen op het storten van inerte afvalstoffen (van 20 frank per ton in de jaren ’80 tot circa 11 euro per ton nu);
• een inkrimping van het aantal stortplaatsen voor inerte afvalstoffen (tot nog amper zes);
• de aanvaarding van meer gerecycleerde materialen in bestekken van openbare werken.

Van cruciaal belang voor het welslagen van een ketenbeheersysteem voor bouw- en sloopafval is nog de beschikbaarheid van een transparant en rechtszeker kader. Daarvoor heeft OVAM gezorgd. Zo heeft OVAM voor het maximaal gehalte aan asbestvezels in puingranulaat een veilige maar tegelijk praktisch toepasbare normwaarde van 100 mg per kilo bepaald. Voor gerecycleerde granulaten schept zij rechtszekerheid door de beoordeling ervan niet te laten afhangen van toevallige overschrijdingen. Bovendien werkt OVAM momenteel aan een eenheidsreglement dat de bestaande keuringsreglementen zal vervangen.

Najaarscampagne

Nu alle elementen voor de organisatie van een ketenbeheersysteem voor bouw- en sloopafval vervuld zijn, gaan Vlaamse Confederatie Bouw (VCB) en SITA met de steun van OVAM de bouwbedrijven ertoe aanzetten om nog meer en beter aan de bron te sorteren. Via roadshows en met affiches, brochures en bewustmakingspakketten zullen zij aannemers en werfarbeiders informeren over de nieuwe wetgeving en de voordelen ervan. De communicatiecampagne wil hen er vooral toe aanzetten om gevaarlijk afval aan de bron te scheiden. De nieuwe campagne bouwt verder op een eerdere campagne die onder de titel en met het gezicht van ‘Reintje’ verliep. ‘Recycleer mee op de werf’ is nu de boodschap, ‘Doe het met mij’ luidt de nieuwe oproep.

SITA staat nadien volledig garant voor een correcte verwerking van de afvalstoffen. De firma is aanwezig in het hele land en kan bedrijven altijd een oplossing op maat in hun buurt aanbieden, ook voor kleinere volumes, met aangepaste recipiënten. Zij kan alle afvalstoffen sorteren, recycleren en beheren, zowel niet gevaarlijke als gevaarlijke, en asbest rechtstreeks op de werven komen ophalen.

Van wieg tot wieg

Dankzij het ketenbeheersysteem dat de sector nu gaat opzetten, moet het mogelijk zijn het recyclagepercentage in de bouw verder te verhogen, bijvoorbeeld ook voor kleinere en meer specifieke afvalstromen, zoals gips.

Tegelijk moet het ketenbeheersysteem de sector in staat stellen voor het bouw- en sloopafval hoogwaardigere toepassingen te vinden. De toepassingen mogen niet beperkt blijven tot bijvoorbeeld onderfunderingen van wegen. Zo lopen momenteel experimenten om met gerecycleerde granulaten fietspaden aan te leggen of nieuw metselwerk te produceren. Bouwafval wordt zo een volwaardige bouwstof, conform de ‘cradle-to-cradle’-filosofie. Daarvoor moeten de gerecycleerde granulaten aan hogere milieuhygiënische én bouwtechnische eisen voldoen. Dit kan enkel dankzij een ketenbeheersysteem dat aan de afnemers van deze granulaten volstrekt betrouwbare garanties biedt.

Last but not least moet de nieuwe aanpak ertoe leiden dat de Vlaamse bouwsector over een alternatief beschikt voor als de primaire delfstoffen in Vlaanderen uitgeput geraken.

Bron: VCB