Wordt uw lening met variabele rente duurder?

Gewijzigd op 4/06/2012 door TiM Vanhove

Op zoek naar een woning
© KBC

De hogere marktrente die België moet betalen, zal ook doorsijpelen in de tarieven voor reeds afgesloten woonkredieten met een variabele rentevoet. Maar die impact zal niet bij elke bank even groot zijn en even snel doorgerekend worden. Hoe komt dat?


Om te weten in welke mate de hogere rente invloed zal hebben op de rente die u betaalt op uw reeds afgesloten woonkrediet, moet u oog hebben voor de referte-index die uw bank hanteert. Pas dan kunt u inschatten hoe uw bank de rente zal herberekenen bij de herzieningen.

De referte-indexen bepalen aan welk tarief banken aan elkaar lenen. Het Rekenhof berekent ze maandelijks en het Belgisch Staatsblad publiceert ze. Er zijn er tien, voor leningen van één tot tien jaar. Zij dienen ook als basis voor de winstmarge die banken halen op uw lening. Voor een woonlening met jaarlijkse herziening geldt referte-index A, voor een driejaarlijkse herziening referte-index C, voor een vijfjaarlijkse herziening referte-index E, enzovoort. De toegepaste index staat vermeld op het officiële tarievenblad dat u bij het aanbod van de kredietverstrekker krijgt.

Niet verplicht om de index te volgen

Voor een renteherziening geldt volgende, simpele formule: oude rentevoet + (nieuwe referte-index – oude referte-index) = nieuwe rentevoet. Je zou denken dat alle banken dan dezelfde rentevoet hanteren voor woonleningen met dezelfde frequentie in de herziening, want zij hanteren allemaal de referte-index. Maar dat is niet zo. “De banken zijn niet wettelijk verplicht om hun tarieven maandelijks aan te passen aan de bijgestelde referte-indexen. Sommige passen de tarieven aan zoals het hen best uitkomt”, weet John Romain van De Immotheker.

Neem een woonlening met een jaarlijks aanpasbare rente. Bank X biedt 3,4% rente, Bank Y 3,3%. Simpele keuze? Dat is buiten de referte-index gerekend.

Stel dat referte-index A, die voor u geldt, op 1,6% ligt en over vier jaar op 3,0%, maar dat beide banken er anders mee werken. Bank X past ze meteen toe op uw rente: 3,4% (oude rente) + 3,0% (nieuwe referte-index) – 1,6% (oude referte-index) = 4,8% (nieuwe rentevoet).

Stel dat Bank Y niet de actuele referte-index gebruikt om uw nieuwe rentevoet te berekenen, maar eentje van drie maanden eerder. Die bedroeg toen 1,0%. Bij Bank X bedraagt het verschil tussen de oorspronkelijke rente en de oorspronkelijke referte-index 1,8% (3,4% - 1,6%). Bij Bank Y bedraagt dat verschil 2,3% (3,3% - 1%).

Daardoor strijkt de bank meteen al meer winst op. Haar winst is het verschil tussen haar interbankenlening en uw woninglening.
 

Eerst meer betalen kan goedkoper zijn

U betaalt in het begin niet meer af in euro's bij bank Y in vergelijking met bank X. Maar dat verandert zodra er renteherzieningen komen. Herberekening bij Bank Y: 3,3% (oude rente) + 3,0% (nieuwe referte-index) – 1,0% (oude referte-index) = 5,3% als nieuwe rentevoet. Dat is 0,5% hoger dan bij Bank X. “Op de totale looptijd van een hypothecaire lening kunnen de kosten van deze verschillen oplopen tot duizenden euro’s”, weet John Romain.

De ontlener moet dus bij het afsluiten van de lening niet alleen naar de laagste rentevoet maar ook naar de meest gunstige referte-index kijken. Hoe variabeler de leenformule, hoe meer belang dit heeft. Vraag dan ook altijd naar het officiële tarievenblad met referte-index bij een offerte. U kunt als ontlener beter af zijn met een lening met een hogere rente en dus een iets hogere aflossing in het begin, als de bank in kwestie de referte-index meer in uw dan in haar voordeel laat spelen.


Bron
: De Tijd


Meer info:Financiële aspecten: De lening op afbetaling