Eén vijfde van elektriciteit komt van hernieuwbare bronnen

Gewijzigd op 19/06/2012 door Daan Slingers

De belegger heeft zijn vertrouwen opgezegd in hernieuwbare energie, maar de investeringen wereldwijd nemen wel degelijk nog toe. In 2011 kwam 16,7 procent van het wereldenergieverbruik van hernieuwbare bronnen, en als enkel naar het elektriciteitsverbruik wordt gekeken, klimt dat tot net boven 20 procent. Zonne-energie is belangrijker geworden dan windenergie.
Case
© Niko
Mysterious
© Niko
De investeringen in hernieuwbare energie blijven toenemen, en de geïnstalleerde capaciteit stijgt mee, maar anderzijds wordt er nog meer geïnvesteerd in de productie van energie met fossiele brandstoffen. Twee rapporten die het bevoegde VN-agentschap UNEP en het Renewable Energy Policy Network for the 21st Century (REN21) maandag gezamenlijk uitbrachten zetten een hoop cijfers op een rij.

Er werd in 2011 wereldwijd 257 miljard dollar (205 miljard euro) geïnvesteerd in hernieuwbare energie, 17 procent meer dan het jaar daarvoor en zelfs 94 procent meer dan in 2007, het jaar voor de financiële crisis. Toch blijft het totaalbedrag achter bij de 302 miljard dollar (241 miljard euro) die werd geïnvesteerd om de capaciteit van de energieproductie uit fossiele brandstoffen te vergroten.

Eind 2011 beliep de totale productiecapaciteit voor elektriciteit uit hernieuwbare bronnen 1.360 gigawatt, of 8 procent meer dan eind 2010. Dat is meer dan een kwart van de totale elektriciteitsproductiecapaciteit wereldwijd, die eind 2011 op 5.360 gigawatt werd geschat. In de praktijk werd naar schatting 20,3 procent van het wereldwijde elektriciteitsverbruik geleverd door hernieuwbare bronnen.

Volgens de rapporten heeft de zon de wind voorbijgestoken als belangrijkste hernieuwbare energiebron. In 2011 werd 147 miljard dollar (117 miljard euro) in zonne-energie-installaties geïnvesteerd, een sprong vooruit van 52 procent tegenover het jaar tevoren, en meer dan dubbel zoveel als in windenergiecapaciteit.
© Anyway Doors
'Ondanks de economische crisis in enkele belangrijke markten, en ondanks aanhoudende politieke onzekerheid, is er vorig jaar meer hernieuwbare energiecapaciteit geïnstalleerd dan ooit tevoren', zegt Mohamed El-Ashry, directeur van UNEP. 'Hernieuwbare energie verspreidt zich in meer regio's en landen', bemerkte hij. Volgens hem is de bewustwording door de aardbeving met tsunami en de daaropvolgende kernramp in Fukushima (Japan) daar niet vreemd aan.

Meer dan 200 miljoen huishoudens gebruiken nu bijvoorbeeld warmwatercollectoren die gebruikmaken van zonne-energie. Vorig jaar werden er windmolens geïnstalleerd in 50 landen. 118 landen hebben nu concrete doelstellingen voor hernieuwbare energie. Ondanks de groei en in lijn met de achterstand tegenover investeringen in fossiele energie, waren de nieuwe installaties in 2011 (grote waterkrachtcentrales uitgezonderd) slechts goed voor 44 procent van de totale nieuwe capaciteit.

De topzeven qua capaciteit voor energie uit hernieuwbare bronnen bestaat uit: China, de VS, Duitsland, Spanje, Italië, India en Japan. Samen hebben ze 70 procent van de wereldwijde capaciteit (zonder waterkracht). In Europa stond eind 2011 37 procent van de totale capaciteit. In China, India en Brazil samen ongeveer een kwart.

Dalende koersen

De groei lijkt in tegenspraak met de dalende koersen van beursgenoteerde bedrijven die in de sector van hernieuwbare energie actief zijn. Dat heeft echter meer te maken met de overcapaciteit en scherpe prijsdalingen in de productieketen van onder meer zonnepanelen en windmolens.

'Hernieuwbare energie begint een stevige impact te hebben op het energieaanbod, maar we zien ook veel klassieke symptomen van snelle groei in de sector: grote successen maar ook pijnlijke faillissementen, internationale handelsconflicten enzovoort', zegt Udo Steffens van de Frankfurt School of Finance and Management, die samenwerkt met UNEP.

Bron: De Tijd

Folders over elektrotechnieken