De bouw raakt uitgeput

Gewijzigd op 17/04/2012 door Daan Slingers

Alle indicatoren laten zien dat de bouw aan het einde van zijn groeicyclus is gekomen: die groei is immers gekrompen tot minder dan 1%.

Het herstel van de vraag in de woningbouwsector (nieuwbouw) is afgebroken. Dit heeft tot gevolg dat alles wat in productie gaat nu minder is dan wat eruit komt, als men rekening houdt met de termijnen voor bouwstarts en productie. “Een vastgoedcrisis in België valt evenwel niet te vrezen,” aldus Robert de Mûelenaere, gedelegeerd bestuurder van de Confederatie Bouw. “Maar een herstel naar de vraag naar nieuwbouwwoningen moet evenmin worden verwacht.”

In de niet-woningbouw (kantoren, industriegebouwen, winkels) ging de aanzienlijke stijging van het aantal in 2007 afgeleverde bouwvergunningen gepaard met een terugval van het aantal bouwstarts. “Volgens de eerste ramingen zouden de bouwstarts voor niet-woningbouw in de eerste maanden van dit jaar inderdaad 10% gedaald zijn in vergelijking met de cijfers van eind 2007”, bevestigt Robert de Mûelenaere. “Dat is ook te wijten aan de verzwakkende dynamiek in de bedrijfsinvesteringen. Hierdoor verloor de sector zijn veerkracht.”

De toestand is gunstiger voor de renovatie (van zowel woningbouw als niet-woningbouw), die haar rol van stabilisator goed speelt. “We kunnen inderdaad stellen dat het principe van ‘communicerende vaten’, waarbij de vraag naar renovatie stijgt als de vraag naar nieuwbouw verzwakt en omgekeerd, weer eens van toepassing blijkt.”

Ook de burgerlijke bouwkunde (dit is weg- en infrastructuurwerken) verkeerde in de periode 2007- begin 2008 nog in een gunstige toestand, en dit vooral dankzij een herstel van de overheidsinvesteringen.

Bovendien stelt Robert de Mûelenaere dat er geen reden is om in deze economische context een grote terugval van de activiteit te vrezen als de opdrachtgevers niet irrationeel reageren. Toch moet in de bouw een daling van de werkgelegenheid in loondienst worden verwacht. De Confederatie Bouw neemt immers een stagnerende productiviteit waar. Dit is altijd een factor die de werkgelegenheid onder druk zet, ook al is het bekend dat aannemers altijd trachten om hun personeelsbezetting zo lang mogelijk gelijk te houden omdat zij zich bewust zijn van de moeilijkheden die zich voordoen bij het werven van geschoolde arbeidskrachten in België.

Deze conjunctuurvaststellingen doen bij de Confederatie Bouw twee fundamentele opmerkingen rijzen.

De eerste opmerking is gericht aan de producenten van bouwmaterialen die heel stevige prijsverhogingen hebben toegepast die zij verantwoordden door de stijgende energie- en grondstofprijzen. Aangezien deze prijzen aan het dalen zijn en de neerwaartse trend zich in de context van een wereldeconomie die wordt gekenmerkt door een lagere groei waarschijnlijk zal doorzetten, verwachten de aannemers van de producenten een proportionele vermindering van de prijzen van bouwmaterialen. “Een daling van de materiaalprijzen zal ook grotendeels de belangen van de producenten ten goede komen aangezien zij hierdoor een stevige en solvabele vraag kunnen behouden”, zo stelt de Confederatie Bouw.

De tweede is gericht aan de overheid. Het is meer dan ooit onontbeerlijk om een hypothecair bouwkrediet te koppelen aan een verzekering “tegen inkomensverlies”. Het is immers zeer belangrijk om in de context van grote onzekerheid de toekomstige leners gerust te stellen, ongeacht hoe hoog hun inkomen is, door de bestaande systemen te verruimen en hen efficiënter te maken. “Een dergelijke aanpak biedt daarenboven het eenvoudige en niet dure voordeel dat daarmee de activiteit ondersteund wordt in een sleutelsector van de economie, die bovendien voldoende zijn capaciteit om de algemene groei te ondersteunen heeft aangetoond”, vindt Robert de Mûelenaere.

Bron: Confederatie Bouw