100% lenen voor een huis kost meer

Gewijzigd op 1/01/1900

Te koop
© KBC
Op zoek naar een woning
© KBC
Speciale gevallen
© KBC

Wie een huis wil kopen, kan bij de bank nog altijd het volledige aankoopbedrag lenen. Maar daar hangt wel een prijskaartje aan vast.


Uit de studie van ING blijkt dat mensen die een huis kopen, een almaar groter deel van de aankoopprijs uit eigen zak betalen. De persoonlijke inbreng is sinds 2000 steeds groter geworden. “Eind december 2009 bedroeg de persoonlijke inbreng van de inkoper 37,6 procent”, zegt ING-econoom Julien Manceaux. Hij baseert zich op cijfers van de Nationale Bank. “Wanneer je de bedragen die ontleend worden, vergelijkt met het totaalbedrag van de transacties van verkochte huizen, is er een deel dat niet via de hypothecaire markt passeert. Het percentage is een beetje overschat, maar we kunnen het niet nauwkeuriger meten met die cijfers.”

Wie niet over een spaarboekje beschikt of steun van ouders krijgt, moet dus langer sparen om een woning te kopen, concludeert de econoom. In het geval van jonge gezinnen is het zeer waarschijnlijk dat het om spaargeld van de ouders gaat. “Maar ook mensen die voor de tweede keer een huis kopen, moeten hun inbreng uit spaargeld halen als de onroerende meerwaarde niet volstaat of als er geen meerwaarde is, bijvoorbeeld door verkoop met verlies”, legt Julien Manceaux uit.


Kredietpolitiek niet strenger geworden

Vragen banken effectief een grotere eigen inbreng vooraleer ze een woonkrediet toekennen? Een rondvraag bij enkele grootbanken leert ons dat ze hun krediet niet strenger gemaakt hebben. KBC, ING en Dexia zeggen de kredietpolitiek niet te hebben veranderd.
“Bij KBC kan tot 110 procent van de aankoopprijs geleend worden”, legt woordvoerster Virginie Lauwers uit. Ze merkt wel dat door de hogere huurprijzen er meer geleend wordt. “Daardoor wordt de leninglast hoger. De ontleners zorgen er daarom zelf voor dat ze eigen middelen hebben om die leninglast lager te houden. Het is dus een stimulans om de eigen middelen zo hoog mogelijk te houden.”

Ook bij ING is de kredietpolitiek niet veranderd. Volgens Ilse De Muyer ontleent meer dan de helft van het jongere segment (-35 jaar) 100 procent van het bedrag.

De toekenningscriteria bij Dexia zijn evenmin verstrengd. Kredieten met een quotiteit boven 100 procent of kredieten die niet volledig gedekt zijn door een hypothecaire inschrijving, zijn nog steeds mogelijk met een theoretisch maximum van 110 procent”, horen we bij Ulrike Pommee.
Bij Landbouwkrediet geldt: hoe hoger het risico hoe hoger de prijs. Boven de 80 procent wordt een meerprijs aangerekend.


Stabiele vastgoedmarkt

Spaanse banken aanvaarden alleen een kredietaanvraag als de quotiteit maximaal 60 procent bedraagt. Waar ligt de grens voor Belgische banken? "In Spanje is de vastgoedmarkt 30 tot 40 procent achteruitgegaan. De bankiers dekken zich daartegen in", zegt John Romain van Immotheker. België daarentegen heeft een stabielere vastgoedmarkt. Daarom gaan banken nog vrij vlot ontlenen tot 90 procent of 100 procent.
"In onze statistieken merken we dat mensen gemiddeld 30 procent eigen middelen inbrengen. Sommigen lenen voor 100 procent, anderen moeten daarboven gaan." Voor de banken is de leencapaciteit van de mensen belangrijk. Het is niet omdat iemand vandaag geen spaarmiddelen heeft dat er geen latente spaarcapciteit is.


Hoe hoger de quotiteit, hoe hoger de rente

Banken hebben een voorzichtige politiek, meent John Romain. Als de quotiteit tussen 100 en 120 procent ligt, zullen de leners dat met een procent duurder betalen. Het belangrijkste criterium dat ze hanteren, is de werkzekerheid. "Hoelang bent u al aan het werk? Waarom hebt u nog niet gespaard? Misschien bent u feitelijk samenwonend en is uw spaarboekje leeg. Of u werkt nog maar 2 of 3 jaar en kreeg geen steun van uw ouders? De banken zullen toch krediet toestaan voor zover de ontleners bepaalde grenzen niet overschrijden. De lening mag niet meer dan 40 procent van het gezinsbudget opsouperen."



Bron: Netto.be