Gezinnen moeten aankoop eerste, eigen woning steeds vaker uitstellen

Gewijzigd op 27/11/2013 door Daan Slingers

Het aantal jonge gezinnen dat de aankoop van hun eerste, eigen woning verplicht moet uitstellen, is de laatste tijd gevoelig toegenomen. Drie op vier vastgoedmakelaars stelt dit dagelijks in de praktijk vast. CIB Vlaanderen, de Vlaamse Confederatie van Immoberoepen, wijst de beleidsmakers dan ook op de noodzaak om bij de evaluatie van het Vlaamse woonbeleid in 2014 zwaar in te zetten op het ondersteunen van jongeren die hun eerste woning nog moeten verwerven. 
Moderne gezinswoning in grijze baksteen
© Wienerberger
Jo - verfadviseur
© Habitos.be
74 procent van de vastgoedmakelaars ziet het aantal verkopen dat niet kan doorgaan gevoelig toenemen, omdat de potentiële kopers problemen ondervinden om een lening te verkrijgen. In het merendeel van de gevallen gaat het om jongeren of om kopers die hun eerste woning willen aanschaffen. Dat blijkt uit een recente sectorbevraging, die de vinger legt op één van de grootste problemen op onze woningmarkt. 

Als vertegenwoordiger van de Vlaamse vastgoedmakelaardij schaart CIB Vlaanderen zich echter achter de voorzichtige kredietverstrekking van de banken, die cruciaal is om de stabiliteit op de vastgoedmarkt te garanderen. Wel stelt de sector vast dat kopers een almaar langere aanloopperiode nodig hebben om een woning te kunnen kopen. Zeker nu het aandeel van de eigen inbreng belangrijker wordt. Zonder die eigen inbreng lukt het voor 42 procent niet, zo blijkt uit de antwoorden van de bevraagde makelaars. 

Startersleningen

Precies daarom schuift CIB Vlaanderen een aantal pistes naar voren, die het mogelijk moeten maken dat solvabele gezinnen nog steeds toegang krijgen tot de woningmarkt. Meest opmerkelijke voorstel dat op tafel wordt gelegd, is dat van de starterslening, een concept dat uit Nederland komt overgewaaid. Daarbij gaat het om een lening van de overheid, die voor een beperkt bedrag tussenbeide komt om de aankoop alsnog mogelijk te maken. 

Concreet: voor de aankoop van een woning van 200.000 euro waarvoor de koper slechts 180.000 euro kan lenen, zou de overheid het verschil van 20.000 euro kunnen voorschieten om zo de aankoop mogelijk te maken. In het sectorvoorstel wordt de terugbetaling van de starterslening begonnen na een periode van drie jaar, over dezelfde periode van de reguliere lening en aan dezelfde intrestvoet. 

Daarmee wil de sector ook inbreken in het huidige systeem van de sociale leningen. Daarbij staat de overheid vandaag in voor de volledige lening en dat aan een laag tarief. Daardoor is het vrij kostenintensief en maakt slechts een beperkt aantal mensen er aanspraak op. Precies daar wil de sector op inspelen: bij de startersleningen zou er slechts een zeer beperkt bedrag worden voorgeschoten en zouden meer mensen in aanmerking komen. Zo kan ook de gemiddelde jonge tweeverdiener die vandaag over onvoldoende eigen inbreng beschikt om een lening te verkrijgen, nog steeds een woning kopen. 

Moment van aankoop

Naast dit voorstel pleit CIB Vlaanderen ook voor een hervorming van de woonbonus, volledig gericht op jonge gezinnen. Door het aftrekbare bedrag vooral in de eerste tien jaar van de lening zo hoog mogelijk te maken, moet een Vlaamse woonbonus een veel directer verschil maken bij de aankoop van een woning. 

Tot slot dringt de sector aan op een verlaging en vereenvoudiging van de registratierechten. Zo kan de fiscale druk op het moment van aankoop afnemen. Want wie vandaag in Vlaanderen iets koopt, moet daar al vlug een kost van 13,4 procent bijtellen door diverse belastingen, waaronder de registratierechten. In het buitenland ligt dat bedrag ruim 8 procent lager. 

Het volledige CIB-memorandum kan je terugvinden op onze website www.cibweb.be.