Levenslang wonen

Gewijzigd op 15/10/2013 door Gretel Kerkhofs

Onze woonbehoeften veranderen voortdurend tijdens ons leven. Kinderen komen en gaan de deur uit, ouders trekken in of we worden zelf minder goed te been. Een woning moet aanpasbaar zijn aan die veranderende behoeften.

Vooruit denken

De keuzes bij de aankoop van een woning of een planontwerp worden heel sterk bepaald door de actuele gezinssituatie. Kinderen kunnen voor een jong koppel bijvoorbeeld het verschil maken tussen de aankoop van een appartement of een woning met tuin.
Toch moeten we vooruit denken. Kinderen verlaten immers ooit de woning. Gemiddeld zijn kinderen 20 jaar bij je op een tijdsspanne van 50 tot 60 jaar dat je zelf in de woning verblijft. Hoe ga je met die vrijgekomen ruimte om? Hou ook rekening met je eigen fysieke toestand. Blijf je goed te been?


Ontwerp flexibel

Houd rekening met die openstaande vragen. Je kan de toekomst incalculeren in je woning door flexibel te bouwen. Een flexibele woning is klaar voor Life Long Living.
Dat begint al bij de keuze van je woning of bouwgrond. Kies een terrein of woning dichtbij of in de dorps- of stadskern. Zo ben je verzekerd van een goede bereikbaarheid via het openbaar vervoer en woon je vaak op wandelafstand van belangrijke openbare functies – gemeentehuis, bibliotheek, ontmoetingscentrum, sporthal,… -, winkels en horeca.
Werk vervolgens naar een flexibel grondplan. Organiseer ruimtes zo dat ze later bijvoorbeeld samengevoegd kunnen worden of een nieuwe functie kunnen krijgen. Een bureau of berging kan een slaapkamer worden. Een berging naast een keuken kan vrij eenvoudig worden omgebouwd tot badkamer wanneer je hier tijdens de bouw al op vooruit denkt.


Denk ‘out of the box’

Flexibel bouwen betekent voor een deel ook dat je moet durven afstappen van de gangbare woonconcepten en ideeën. Zorg er voor dat alle belangrijke functies - keuken, badkamer, leefruimte en één slaapkamer - op één niveau liggen.
Of ga nog een stap verder. Wanneer je later eventueel je ouders wilt opvangen, compartimenteer dan de woning. Zorg dat ieder compartiment – dit kan een verdieping zijn – een eigen ingang, badkamer en leefruimte heeft.
Een ander voorbeeld. Je kan de kinderen een aparte zone in de woning geven met de nodige slaapkamers, een badkamer en een speelruimte die later flexibel heringericht kan worden. Wanneer de kinderen het huis uit zijn kan deze zone verhuurd worden of plaats bieden voor ouders die intrekken.

Stap ook af van de traditionele gebruik van materialen om de flexibiliteit te vergroten. Denk er bijvoorbeeld over om de welfsels of vloerplaten over de volledige breedte of lengte van de woning te laten lopen. Door die grote overspanning kunnen de interne muren later gemakkelijk worden weggenomen of verplaatst. Dit impliceert natuurlijk wel dat je voor een lichte muuropbouw in gipskarton of een lichte bouwblok kiest en dat er ook geen leidingen in deze wanden zitten.


Oog voor details

Niet alleen het plan en de structuur moeten grondig doordacht worden. Besteed ook aandacht aan de details. Zorg ervoor dat de deuren (90 cm) en gangen (120 cm) breed genoeg zijn zodat een rolstoel door kan. Zelfs bij een beenbreuk kan je tijdelijk in een rolstoel belanden én waar een rolstoel doorkan, kan een kinderwagen ook eenvoudig binnen.
Laat ruimte voor een lift. Dit is niet noodzakelijk verloren ruimte. Plaats bijvoorbeeld een kleine berging op het gelijkvloers en de verdieping boven elkaar en maak een vloer in hout. Op die manier heb je al de nodige liftschacht.

Denk ook aan een flexibele technische installatie zodat het integreren van domotica, lichtsensoren, stopcontacten op een aangepaste hoogte, een videofoon,… later eenvoudig kan gebeuren.
Vermijd verder drempels en zorg voor voldoende beweegruimte bij de inkomdeur, in de badkamer aan de wastafel, aan het bed,… zodat je ook van plaats kan met een rolstoel. 
 

Lees ook: