Eenvoudige tips voor een aanpasbare woning

Gewijzigd op 15/10/2013 door Gretel Kerkhofs

Onze levens veranderen voortdurend, maar woningen zijn daar niet altijd op voorzien. Het concept van meegroeiwonen wil daaraan verhelpen. Meegroeiwonen houdt in dat je een woning zo ontwerpt dat kleine en goedkope ingrepen volstaan om een woning levenslang bruikbaar te houden. Vanaf deze week geven we in deze nieuwsbrief drie weken lang tips mee om je woning al van in de ontwerpfase aan te passen op de veranderende behoeften.
home cinema Bose
© Bose
Crestron
© Creston
Gordijnen
© Velux

Alles begint bij het ontwerp

  • Heb bij het kiezen van een bouwgrond of woning aandacht voor de aanwezigheid van openbaar vervoer, openbare functies (gemeentehuis, bieb,…), winkels en horeca.
  • Organiseer ruimtes zo dat ze later een nieuwe functie kunnen krijgen. In een woning waar alle slaapkamers zich op de verdieping bevinden, kan een bureau op het gelijkvloers later een slaapkamer worden. Hetzelfde geldt voor de badkamer: een ruime berging kan later deze functie krijgen. 
  • Denk na over de opdeling. De ruimtes voor de kinderen (slaapkamers, badkamer, speelruimte,…) kunnen eventueel in een aparte zone (verdieping, ander volume,…) worden ondergebracht. Op die manier kunnen ze na het vertrek van de kinderen gemakkelijk een nieuwe bestemming krijgen: de ouders kunnen inwonen, ze kunnen verhuurd worden, … 
  • Let er op dat je later deze zone zo nodig kan voorzien van een eigen ingang. 
  • Besteed de nodige aandacht aan de indeling van de verschillende verdiepingen (verticale organisatie). Zorg er bijvoorbeeld voor dat je de voornaamste functies op het gelijkvloerse niveau combineert. 
  • Gebruik waar mogelijk lichte, verplaatsbare binnenwanden. Dat geeft de nodige flexibiliteit bij een aanpassing van de woning. 
  • Zorg ervoor dat de deuren en de gangen breed genoeg zijn. Zo kan je er altijd met een kinderwagen, rolstoel of andere brede voorwerpen door. Denk maar aan het binnen- of buiten dragen van een nieuwe salon of kast. 
  • Plan bergingen op de gelijkvloerse en eerste verdieping boven elkaar en plaats eventueel een houten vloer op de verdieping. Op die manier creëer je een schacht die later eventueel benut kan worden voor de plaatsing van een lift. 
  • Vermijd niveauverschillen bij de toegang naar de voordeur, de tuin of het terras. Zo is de woning vlot bereikbaar. Moet je toch een niveauverschil overbruggen, probeer dan te werken met een goede helling en een ruim bordes. 
  • Vermijd drempels en onnodige niveauverschillen tussen vertrekken. Vlak het niveauverschil tussen het schuifraam en het terras zoveel mogelijk uit. Wanneer hieraan van bij het begin de nodige aandacht wordt besteed, kan de overgang van binnen naar buiten nagenoeg zonder niveauverschil, zoals bijvoorbeeld met verzonken schuiframen. 
  • Denk erover om welfsels over de volledige breedte of lengte van de woning te laten lopen. De binnenmuren kunnen in lichte materialen – bijvoorbeeld gipskarton - worden opgebouwd. Deze zijn later eenvoudig te verwijderen. 
  • Zorg voor voldoende ruimte om te bewegen, manoeuvreren,… zowel in leefruimte, slaapkamer, badkamer,….. 50 cm tussen een stoel en een kast zijn bijvoorbeeld niet voldoende om vlot te kunnen bewegen. 
  • Plan een voldoende brede garage of carport, minimaal 3,30 m, bij voorkeur 3,60 m. Zo kan je altijd gemakkelijk in- en uit de wagen stappen. Of kan je altijd droog de wagen in- en uitladen. 
  • Opteer voor een elektrisch bediende garagepoort. Zo kan je de garage gebruiken zonder in- en uit te moeten stappen om de poort te openen of te sluiten.

Tips voor de technische installatie

  • Opteer voor een flexibele elektrische installatie zodat de integratie van domotica later eenvoudig kan gebeuren. Zo kan je bijvoorbeeld alle lichtpunten apart naar de elektrische kast brengen om ze later met domotica aan te kunnen sturen. 
  • Voorzie bijvoorbeeld ook in de mogelijkheid om (later) een videofoon of parlofoon te plaatsen. Voorzie de nodige wachtleidingen om later technieken te integreren die je het leven kunnen vergemakkelijken, zoals bijvoorbeeld rookmelders. 
  • Plaats de stopcontacten - of toch minstens enkele - op een goede bedieningshoogte: best tussen 90 en 120 cm ten opzichte van de vloerpas. 
  • Zorg dat je gemakkelijk bij leidingen kan. 
  • Ook wachtleidingen voor de aanvoer van water en de afvoer van het afvalwater zijn zinvol wanneer je later bijvoorbeeld een berging wil ombouwen tot badkamer. Dat bespaart je heel wat kap- en breekwerk. 
  • Gebruik automatische verlichting – bewegingsmelder – in de gangen. Zo zie je tijdens een nachtelijk toiletbezoek waar je loopt.
     
  • Plaats verlichting zo dat ze niet verblindend werkt. Verlichting in een nachthal plaats je daarom bijvoorbeeld niet op ooghoogte. 
     
  • Centraliseer de technieken, bijvoorbeeld in technische kokers. Denk na over de plaatsing, dit vergemakkelijkt de aanpasbaarheid achteraf. 
  • Het is ook geen slecht idee om verlichting rond de woning aan te brengen. Deze kan met een schakelaar, een tijdsturing, lichtsensor of bewegingsmelder aangaan. Door die verlichting zie je eventuele obstakels staan wanneer je in het donker thuiskomt. Je vindt bovendien gemakkelijker het sleutelgat en inbrekers worden afgeschrikt.

Meer info

Een brochure met al deze tips is te verkrijgen via de website Woon een leven lang. Op deze interactieve website worden alle mogelijke valkuilen geschetst en wordt met woord en beeld gedemonstreerd hoe eenvoudige ingrepen een groot verschil kunnen maken.
Ook de website Meegroeiwonen biedt een antwoord op de vraag wat meegroeiwonen is en bevat een handige test om je eigen woning te screenen. Ontwerpers vinden er een ontwerpgids met praktische ontwerprichtlijnen.