Duurzaam bouwen vs hypothecaire lening

Gewijzigd op 25/04/2012 door Gretel Kerkhofs

Een energievriendelijke beslissing vraagt doorgaans ook om een investering. Deins niet terug om te kiezen voor zo’n investering of zelfs extra te lenen voor energiebesparende maatregelen. Maak de rekening eens. Becijfer de kosten voor drinkwater, elektriciteit en aardgas en weeg ze af tegen de besparing die je kan realiseren door de investering te doen.
Optima
© Isover
Je zal doorgaans zien dat de ruimte voor de maandelijkse leningsafbetaling verhoogt. Na het aflopen van de lening zit je overigens met een winstsituatie.

Heel wat banken spelen al in op deze evolutie en bieden voordeligere hypotheekleningen of zelfs leningen op afbetaling om energiebesparende maatregelen te nemen.


Het spel van de markt

De overheden en netwerkbeheerders stimuleren ook tal van energiebesparende maatregelen met premies en fiscaal voordeel. De premies zijn vooral bedoeld om nieuwe technieken en systemen in de markt te zetten, maar voor de gebruiker maken ze de investering een stuk draaglijker.

Wanneer de gesubsidieerde maatregel voldoende aanslaat, zal een premie wegvallen. Een bewijs hiervan is de premie voor de plaatsing van hoogrendementsglas. Een gevolg van het wegvallen van de premie was wel een prijsdaling voor dit type beglazing.
Ook het marktspel van vraag en aanbod is een katalysator voor de prijzen. De Limburgse zonnecampagne ‘Elke dag ZONdag’ illustreerde dit in 2007 op treffende wijze. Door de invloed van deze campagne profiteerden de Limburgers van lagere prijzen voor hun zonnesysteem in vergelijking met de rest van België. Een samenaankoop kan elders in het land een zelfde lokaal effect teweeg brengen. 


Langetermijnvisie

De kostprijs van bouwen of verbouwen mag ook niet enkel op de begininvestering worden beoordeeld. Ook de gebruiks- en onderhoudskosten, eventueel zelfs de verwerkingskosten na de afbraak, moeten mee in rekening worden gebracht. Bepaalde materialen kunnen goedkoper zijn in aankoop, maar duurder in verbruik of onderhoud, waardoor de totaalkost hoger kan uitvallen dan een materiaal of techniek waarvan de begininvestering hoger licht.

In de industrie- en kantoorbouw heeft men dit al begrepen. Hier ontstaan dan ook al bouwformules waarbij architect, studiebureau en aannemer van bij het begin van een project samenwerken om de kosten in de hand te houden. Vaak staan deze partijen na de realisatie ook in voor het onderhoud van het gebouw, vandaar dat ze ook waken over de gebruiks- en onderhoudskosten.
Aangezien de particuliere woningbouw al meer dan eens geleerd heeft uit deze marktsectoren, kunnen we nu misschien ook lering trekken uit die nieuwe bouwformules.