Bouwen voor de toekomst is compact bouwen

Gewijzigd op 31/05/2012 door TiM Vanhove

De derde stap naar futureproof bouwen is zorgen dat je een compacte woning ontwerpt. Volgens architect Flip Blockx een stap die je neemt alvorens aan isolatie te denken. De invloed van de compactheid op je energieverbruik is dan ook groot.
Compact bouwen
Een mooi voorbeeld van een compacte woning.
© Machiels Building Solutions

De compactheid van een gebouw is de verhouding tussen het beschermd volume (V) en de verliesoppervlakte (A) van je woning. Het beschermd volume is alles wat binnen het geïsoleerde deel ligt. De verliesoppervlakken zijn de muren, ramen, daken en vloeren die aan de buitenomgeving, de grond of aangrenzende onverwarmde ruimtes grenzen. De gemene muur tussen 2 woningen is geen verliesoppervlakte als er aan beide kanten verwarmd wordt.

Besparing

Compact bouwen zorgt er niet alleen voor dat je minder energie nodig hebt maar het is ook één van de meest efficiënte manieren om je bouwbudget te beperken. Het spreekt voor zich dat als je minder buitenmuren nodig hebt voor meer vloeroppervlakte, de kostprijs daalt.

Vloeroppervlakte

In bovenstaand voorbeeld zie je dat het gebouw C 33% meer verliesoppervlakte heeft dan gebouw A. En dit voor hetzelfde volume en dezelfde vloeroppervlakte. De gevels van woning C zullen daardoor ook 33% duurder zijn. Om er bij gebouw C voor te zorgen dat je maar evenveel warmte verliest als bij gebouw A, moet je gebouw C een stuk dikker isoleren. In onderstaande grafiek van het BIM – Leefmilieu Brussel - zie je het effect van compactheid met eenzelfde isolatiediktes op je K-peil.

 

Grafiek

Hoe compact bouwen

De compactheid van een gebouw wordt door 3 dingen bepaald:

  • De vorm van het gebouw. Je zorgt er best voor dat het beschermd volume zo eenvoudig mogelijk is. De meest compacte vorm is een bol maar dat is niet echt een oplossing als het budget beperkt is. Moet dan elk gebouw nu een kubus worden? Nee, probeer bijvoorbeeld creatief te zijn door een volumespel met onverwarmde ruimte zoals de garage of een berging.
     
  • Hoe groter het gebouw hoe compacter het zal zijn.
     
  • Hoe meer contactoppervlakten met andere verwarmde gebouwen, hoe groter de compactheid van een gebouw zal zijn. Een vrijstaande woning is veel minder compact dan een rijwoning.
    Grafiek compactheid

Loont het de moeite?

Voor MBS heb ik enkele analyses gedaan met de EPB-software om na te gaan welk effect verschillende ingrepen op een proefwoning hebben. Het gaat hier om een erg kleine woning die ontworpen is als rijwoning of halfopen woning, in opdracht van de Vlaamse Maatschappij voor Sociale Woningbouw. Bij één van de simulaties onderzocht ik het effect van de schakeling – hoe de huizen ten opzichte van mekaar geschakeld zijn - op het K-peil en het E-peil en op het primair energieverbruik. De oppervlakte aan glas bleef in alle varianten van de simulatie gelijk.

De rijwoning is een K21 - E49 met een compactheid van 2,37 m. De halfopen bebouwing is een K23 - E48 met een compactheid van 1,61 m. De vrijstaande variant zou een K26 - E49 zijn met een compactheid van 1,21 m. Op het eerste gezicht zie je geen noemenswaardige verschillen. Het EPB-programma vergelijkt echter telkens met een ander referentiegebouw waardoor er toch een groot verschil is in verbruik bij dezelfde E-peilen.

De rijwoning verbruikt 62 kWhp/m² per jaar en de openbebouwing 78 kWhp/m² per jaar. Dat is een verschil van maar liefst 25%. De rijwoning is dus een woning die niet alleen minder verbruikt maar ook nog eens een stuk goedkoper is. Compactheid, niet vergeten!

Grafiek E-peil

 

 

Auteur: Flip Blockx, architect – Consultant duurzaam bouwen

 

Folders over bouwen in de toekomst