Zonneboiler of pv-panelen om van zonne-energie te profiteren?

Gewijzigd op 18/03/2015 door TiM Vanhove

Zonne-energie is gratis en in overvloed beschikbaar. We kunnen die energie omzetten in elektriciteit en in warm water. Maar als je moet kiezen tussen een zonneboiler of fotovoltaïsche panelen, wat kies je dan het best?

Onze verwarmingsspecialisten

Je kunt beide technieken op verschillende manieren tegenover elkaar afwegen: hun rendement, de kostprijs voor de investering, de terugverdientijd, de nodige oppervlakte op het dak of de mogelijkheid om in een bestaande woning toe te passen.
Thermisch zonnepaneel
Thermisch zonnepaneel
© Junkers

Rendement

Het rendement van een zonnepaneel kunnen we uitdrukken in de opbrengst per m² collectoroppervlak. Zo kun je met 5m² fotovoltaïsche panelen 500 tot 550kWh aan elektriciteit opwekken. Een zonnecollector met eenzelfde oppervlakte levert voor 1.750 tot 2.000kWh aan warm water. Kortom, het rendement van een zonneboiler ligt 3 tot 4 keer hoger dan dat van fotovoltaïsche panelen.
vacuümbuiscollectoren
© Vaillant

Investeringskost

Voor de investeringskost gaan we uit van een installatie die de gezinsbehoefte van een doorsneegezin van 4 personen invult. Voor het warmwater vraagt dit een collector van 4m². Voor gemiddeld 4.000 euro laat je een zonneboiler plaatsen in een nieuwbouw. Die installatie is goed voor 40 tot 60% van de totale warmwaterproductie voor ons gezin. Datzelfde gezin verbruikt volgens de statistieken gemiddeld 3.500kWh elektriciteit op jaarbasis. Om die behoefte in te vullen plaatsen we een pv-systeem van 3,5kWp (kilowattpiek). Dat is goed voor zo’n 80% van de totale elektriciteitsbehoefte. Daarvoor schuif je vandaag nog zo’n 6.000 euro.
Zonnepaneel
© Futech
zonneboiler
© Habitos.be

Terugverdientijd

Ons uitgangspunt voor het becijferen van de terugverdientijd is de informatie uit de berekeningstools van het Vlaams Energieagentschap (VEA). Met een zonneboiler bespaar je volgens VEA zo’n 120 euro per jaar. Bovendien geniet je voor woningen die voor 1 januari 2014 op het elektriciteitsnet waren aangesloten ook nog van een premie. Wanneer we de besparing en de premie van 2.360 euro met de investeringskost verrekenen, komen we uit op een terugverdientijd van 15 jaar en 7 maanden. Voor een nieuwbouw zonder subsidies ligt de terugverdientijd op 19 jaar.Bij pv-panelen ligt de situatie heel anders. De Vlaamse overheid heeft het systeem van groenestroomcertificaten afgeschaft voor nieuwe installaties. Je verdient de investering dus enkel terug door de besparing op de elektriciteitskosten. Wanneer we de uitgaven voor onze pv-installatie afzetten tegen de energie-uitgaven, komen we op een terugverdientijd van 9 jaar en 10 maanden voor een woning ouder dan 5 jaar (BTW 6%) en op 11 jaar en 2 maanden voor een woning die onder het 21% BTW-tarief valt.

Oppervlakte

Een zonneboiler heeft een veel kleiner collectoroppervlak nodig om zijn werk te doen in vergelijking met pv-panelen. Bovendien heeft schaduw geen invloed op het rendement van de thermische panelen, terwijl dat wel nefast is voor de opbrengst van de fotovoltaïsche installatie.
Viesmann buiscollector voor zonneboiler
Viesmann buiscollector voor zonneboiler
© Viessmann

Bestaande woning

Wil je een van de twee systemen in een bestaande woning integreren, dan zal dat eenvoudiger gaan met pv-panelen. Er dienen slechts enkele dunne elektriciteitskabels van het collectorvlak op het dak naar de omvormer gebracht te worden. De omvormer hangt doorgaans dicht bij de elektriciteitsmeter om elektriciteit op het net te kunnen zetten in geval van overproductie. Die kabels krijg je vrij gemakkelijk in de woning weggewerkt. Mocht dat niet lukken, dan kun je ook nog langs buiten werken.
Voor een zonneboiler ligt dat anders. Hier moet je een koelvloeistof van de boiler naar de collectoren transporteren. Dat vraagt al om een dikkere buis, die bovendien geïsoleerd dient te zijn. Dat vraagt al wat meer breekwerk. Om rendementsverlies te beperken, plaats je deze kanalen best niet tegen de buitengevel.
Geen certificaten meer voor kleine zonnepaneleninstallaties
 
Aangezien kleine zonnepaneleninstallaties voldoende rendabel zijn geworden zonder overheidssteun, kent de overheid in de toekomst niet langer certificatensteun toe voor nieuwe, kleine installaties. Kleine installaties zijn installaties van minder dan 10 kWp (kilowattpiek). 10 kWp=gemiddeld zo’n 40 zonnepanelen. Kleine installaties zijn gekoppeld aan een terugdraaiende teller, wat het rendement doet stijgen. Voor bestaande installaties verandert er niets. Voor nieuwe grote installaties blijft de certificatensteun bestaan. Die laatste installaties hebben geen recht op een terugdraaiende teller waardoor het langer duurt eer ze rendabel zijn.
Sinds 2013 wordt de overheidssteun berekend op basis van de onrendabele top. Die berekening, gemaakt door het Vlaams Energieagentschap (VEA), resulteert in steun per geproduceerde MWh. Wie na juli 2014 zonnepanelen plaatste, deed dat al zonder certificatensteun omdat de berekende onrendabele top negatief was. Herberekeningen van de onrendabele top kunnen in de toekomst ervoor zorgen dat er opnieuw steun moet worden gegeven voor deze installaties. Dat ‘jojo’-effect wordt nu stopgezet voor nieuwe, kleine installaties. Dit biedt een duidelijker, stabieler investeringsklimaat.

Auteur: TiM Vanhove

Folders over verwarming

Meer informatie op de website van deze bedrijven