Verzoeningscommissie bouw: loskomend parket

Gewijzigd op 9/07/2013 door Gretel Kerkhofs

De verzoeningscommissie Bouw wint meer en meer aan bekendheid. Momenteel leidt 75 % van de behandelde gevallen tot een verzoening. Ook deze tussenkomst in een discussie over een nieuwe parketvloer die loskomt.

Ontdek deze bouwbedrijven

Haro Parket
© Brems
Haro Parket
© Brems
Thermowood Parket
© Brems

1. Het geschil: loskomend parket

Een parket wordt gelegd door een specialist op een dekvloer, uitgevoerd door een medeaannemer. De bouwheer klaagt omdat het parket op steeds grotere oppervlakten loskomt. Dit ondanks meerdere herstellingen van de parketlegger: afschuren, herlijmen, harsinjecties tussen ondergrond en planken... Maar niets helpt. De aannemer voert bij zijn derde tussenkomst allerlei testen uit waaruit blijkt dat de toegelaten vochtigheidsgraad van zowel de planken als de dekvloer (carbid test) niet overschreden is. Ook een krastest op de oppervlakte van de dekvloer wijst niets abnormaal uit met betrekking tot de degelijkheid van de hechting. Bouwheer, dekvloerlegger en chapelegger hebben het bevoegdheidsbeding ondertekend.

2. Bindend technisch verslag

De expert, aangesteld door de commissie vermoedt enkele oorzaken voor het loskomen van de vloer:    
  • een “golvende” vloer
  • de verzanding van de dekvloer
  • fouten in het vochtscherm

Omdat enkel duur destructief onderzoek zekerheid kan bieden, stelt de expert eerst een minder ingrijpende maatregel voor: 1 m² van de minder vol klinkende plaatsen tussen planken en dekvloer injecteren met hars, zoals eerder gedaan op andere plaatsen.

Gezien deze ingreep geen afdoend resultaat heeft opgeleverd, gaan de partijen in op het voorstel van de expert om tot een klein destructief onderzoek over te gaan: uitkappen van 1 plank en analyseren van de samenstelling van de dekvloer door een erkend labo. Uit het verslag van het labo blijkt dat de dekvloer onvoldoende cement bevat (108 kg per m³ rivierzand in plaats van de door het WTCB aanbevolen 150 kg).

De expert krijgt enkel van de parketlegger een positief antwoord op zijn vraag om dezelfde test uit te voeren op 5 andere plaatsen (meerprijs € 1.300); de twee andere partijen antwoorden niet.
Hij stelt dan ook met de nodige voorzichtigheid een bindend technisch verslag op waarin hij vermeldt dat "de huidige dekvloer niet voldoet, met als gevolg dat de hechting van het plankenparket onbetrouwbaar is, daar de werkspanningen van het hout niet evenredig verdeeld kunnen worden en het niet te voorspellen is waar zich de volgende opwaartse beweging zal voordoen".

Hij stelt twee herstellingswijzen voor, de ene goedkoper (aanbrengen van een soepele egalisatie), een andere duurder (vervangen van de dekvloer).

Hiermee wordt zijn opdracht beëindigd en het is aan de meest gerede partij, in casu normaliter de bouwheer, om, zo nodig, de gedwongen uitvoering van het verslag te vorderen bij de rechter. Dit kan snel gebeuren vermits de rechter in principe geen nieuwe expertise zal toelaten.

3. Toelichting bij dit geval van loskomend parket

Dit geval illustreert sommige van de moeilijkheden waarmee een expert-verzoener geconfronteerd kan worden en de wijze waarop hij - op grond van het procedurereglement en conform de wil van de Commissie - desondanks tot een efficiënt resultaat kan komen. De expert moet in het bijzonder geprezen worden voor zijn bezorgdheid om de expertisekosten niet buitensporig te laten groeien in vergelijking met het bedrag van het geschil.


Verzoeningscommissie bouw vzw
Hoogstraat 139,1000 Brussel
Tel: 02/504.97.86 – fax: 02/504.97.84
e-mail: info@bouwverzoening.be
www.bouwverzoening.be

Bron: Confederatie Bouw - B. van Lierde

Folders over nadenken over bouwen

Meer informatie op de website van deze bedrijven