Afvoerleidingen

Gewijzigd op 24/07/2013 door Daan Slingers

De waterafvoer moet in Vlaanderen op een gescheiden manier gebeuren: hemelwater en afvalwater krijgen elk een eigen afvoernet. Om een vlotte afvoer van water te garanderen en problemen te vermijden, respecteer je best enkele stelregels inzake helling en buisdiameter.

Onze sanitairspecialisten

riolering
© Habitos.be

Soorten leidingen

Voor de afvoer worden vandaag in de praktijk enkel nog kunststofbuizen gebruikt (pvc, pe, ...). Deze materialen zijn 100 % waterdicht en gladder, waardoor er minder snel verstoppingen optreden. Gebruik dikwandige, warmwaterbestendige buizen, zeker voor het binnengedeelte van de afvoer. Extern kan je pvc-leidingen toepassen, hier is het water - van afwas, vaatwasser of wasmachine, - voldoende afgekoeld, waardoor beschadiging door heet water uitgesloten is.

Goed om weten: In de toekomst zal de overheid eisen dat de opvang van afvalwater en regenwater via verschillend gekleurde buizen gebeurt:

  • de afvoer van vuil water moet in roodbruin gekleurde buizen gebeuren
  • de afvoer van hemelwater in grijze buizen.

Die regel komt er om later heel snel af te kunnen leiden welk type afvoer je ondergronds tegenkomt. Hou hier alvast rekening mee als je bouwplannen hebt of wilt gaan verbouwen.

Lees ook: Waarom regenwateren hergebruiken?

Plaatsing afvoer

  • Kies de plaats voor de afvoerbuizen zorgvuldig uit.
  • Doe dit al in overleg met je architect, bij het ontwerp van je bouwplannen. In sommige gevallen verzorgt de architect ook het ontwerp voor de afvoerleidingen.
  • Afvoerbuizen zorgen voor geluidsoverlast. Door ze op weldoordachte plaatsen in je woning weg te stoppen, kun je die geluidsoverlast beperken.
  • Je kan de leidingen ook isoleren of werken met geluidsarme buizen.

Geurhinder van de afvoer

  • Om geurhinder te voorkomen, plaatst de loodgieter tussen de verschillende sanitaire toestellen en de afvoerleiding een geurafsluiter of sifon.
  • Door de vorm van deze buis blijft er altijd water instaan en kunnen vervelende geuren uit het leidingenstel niet terug in de woning dringen.
  • De leidingen worden ontlucht om te vermijden dat de sifons droog komen te staan.

Wat met bezinkputjes, vetvangers en dergelijke?

  • De beste manier om geurhinder van de riolering te vermijden is elk sanitair toestel waar afvalwater moet afgevoerd worden, te voorzien van een geurafsluiter of sifon.
  • Dan is het ook niet nodig om je afvoerbuizen te voorzien van ontstoppingsputjes, bezinkputjes, slijkvangers en vetvangers. Deze putjes onderbreken de afvoersnelheid van het water en verhogen zo het risico op verstoppingen.

Ons advies is dan ook dat je wat meer investeert in Y-stukken, en andere hulpstukken in de afvoerbuizen om de nodige controlepunten en toegangspunten naar de afvoerleiding te creëren. Zo vermijd je het gebruik van bezinkputten en dergelijke.

Helling en diameter van de afvoerleidingen

De architect bepaalt de correcte diameter van de buizen. Hoe meer afvoerleidingen op een hoofdleiding aansluiten, des te groter de diameter moet zijn.

  • Enkele richtlijnen:
    • diameter kraan en wastafel: 50 mm
    • diameter bad en douche: 90 mm 
    • diameter wc en bijbehorende riolering, afvoer regenwater: 110 mm
    • aansluiting op stadsriolering: 125 mm diameter
    • afvoerleidingen in grote gebouwen: tussen 125 en 160 mm
  • De buizen moeten in gelijkmatige helling liggen om verstoppingen te vermijden. Doorgaans wordt 0,5 tot 1 cm per meter helling voorgeschreven.
  • Werk met mooi afgewerkte bochten van maximum 45°. Liever een bocht van 2 maal 45° dan 1 maal 90°. Dit om verstoppingen tegen te gaan.
  • Vermijd ook valputten (ophoping van vuil!) en horizontale T-verbindingen.
  • Zorg voor een waterdichte uitvoering. Besteed extra zorg aan de plekken waar twee buizen in mekaar overgaan of op de plaatsen waar koppelstukken gebruikt zijn.

Aansluitpunten op de riolering

  • Als er riolering in de straat ligt, moet je hierop aansluiten.
  • De aansluiting op het rioleringsnet gebeurt door de beheerder van het rioleringsnet of een aannemer aangeduid door deze beheerder. Vraag deze aansluiting dus op tijd aan.
  • De laatste buis voor de aansluiting op het rioleringsnet moet een terugslagklep hebben. Hiermee vermijd je dat er water uit het rioleringsnet in jouw riolering kan stromen. Zorg ervoor dat de klep bereikbaar blijft voor toezicht.
  • Standaardhoogte van de afvoeraansluiting:
    • Het vloerpeil van je woning ten opzichte van de straat is best minstens 20 cm hoger dan de straat.
    • De afvoeren van afvalwater en regenwater kunnen dan in een lichte helling gemakkelijk aansluiten op de gescheiden hoofdriolering in de straat, zonder risico op wateroverlast of geurhinder.
  • De aansluiting wordt door de rioolbeheerder gemaakt, op een standaarddiepte tussen 50 cm en 1,3 meter.

Voor vragen over de aansluiting, wachtaansluiting, afvoer van hemelwater, specifieke regels voor septische put of infiltratie, … kun je bij je gemeente terecht die je desgevallend doorverwijst naar de rioolbeheerder.

Lees ook: Regenwater bufferen en infiltreren

Aansluiten riolering op kelderniveau

Een kelderaansluiting is een aansluiting op de riolering op kelderniveau. Die is absoluut te vermijden. Als het aansluitpunt op de riolering in je woning lager dan 50 cm onder het straatniveau ligt, is dat overigens verboden. De risico’s op een overstroming zijn in dit geval te groot.

Ook sanitair in de kelder, een ondergrondse garage, het deksel van de regenwaterput lager dan 50 cm onder het straatniveau, een pompputje … zijn allemaal af te raden, ook vanwege de kans op wateroverlast en geurhinder.

Folders over sanitair

Meer informatie op de website van deze bedrijven